Aardingspen

Een aardingspen is een in de grond aangebrachte geleidende verbinding die deel uitmaakt van de aardverbinding van een installatie.

Betekenis

Een aardingspen is een geleidende constructie in de bodem die deel uitmaakt van de aardverbinding en zo foutstromen naar de aarde afleidt. Een juiste aarding voorkomt dat foutstromen via een persoon naar de aarde vloeien en daarmee levensgevaarlijke situaties veroorzaakt.

Toepassing

Aardingspennen vormen één van de in de grond aangebrachte geleidende stukken die samen de aardverbinding kunnen vormen.

  • Vormt samen met andere in de grond aangebrachte geleidende elementen de aardverbinding van een bestaand gebouw.
  • Verbindt via de aardgeleider met de hoofdaardingsklem en de beschermingsgeleiders van de installatie.
  • Draagt bij aan het verlagen van de spreidingsweerstand van de aardverbinding, gemeten vóór indienststelling.

Aandachtspunten

  • Meet de spreidingsweerstand van de aardverbinding; deze mag niet groter zijn dan 30 Ω, of maximaal 100 Ω indien bijkomende maatregelen toegepast zijn.
  • Zorg dat aansluitpunten van de aardverbinding bereikbaar zijn, zeker wanneer meerdere geleiders in serie zijn geplaatst.
  • Gebruik geschikte verbindingen en geleiders tussen de aardverbinding en het verdeelbord: de aardgeleider heeft een minimale doorsnede van 16 mm² (geel-groen).

Eisen / regelgeving

  • Voor nieuwbouw wordt vaak een aardingslus in de funderingssleuf aangebracht op ten minste 60 cm diepte; deze lus kan bestaan uit een volle geleider of uit 7 samengeslagen draden van half soepel koper met een rondvormige doorsnede van 35 mm² en zonder las. De uiteinden moeten altijd bereikbaar blijven.
  • De aardgeleider verbindt de hoofdaardingsklem met de aardverbinding en wordt beschouwd inclusief eventuele aardingsscheider.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Voor een aardingslus (toepassing in nieuwe gebouwen) zijn voorgeschreven materialen: volle geleider uit blank of verlood koper of 7-slags half soepel koper, 35 mm², zonder las.
  • Verbindingsgeleiders tussen aardverbinding en installatie (geleider geel-groen) hebben voorgeschreven minimale doorsneden; relevante voorbeelden:
    • Aardgeleider: 16 mm²
    • Hoofdbeschermingsgeleider: 6 mm²
    • Hoofdequipotentiale verbindingen: 6 mm²
    • Bijkomende equipotentiale verbindingen: 4 mm² (mechanisch beschermd 2,5 mm²)
    • Beschermingsgeleider stopcontacten: 2,5 mm²
    • Beschermingsgeleider verlichting: 1,5 mm²