Aardlekschakelaar

Een aardlekschakelaar schakelt automatisch de stroom uit wanneer er een lekstroom naar aarde optreedt.

Betekenis

Een aardlekschakelaar is een differentieelstroominrichting die een verschil tussen de stroom in de fasedraad en de nuldraad meet en bij een te groot verschil de voeding automatisch onderbreekt. Dit beschermt tegen elektrocutie, brandgevaar en energieverlies door lekstromen. De gevoeligheid van de inrichting varieert afhankelijk van toepassing en positie in de installatie.

Toepassing

Aardlekschakelaars worden in installaties toegepast om personen en installatieonderdelen te beschermen tegen lekstromen, bijvoorbeeld bij defecte of ongeaarde toestellen.

  • Ten minste één differentieelstroominrichting moet aan het begin van de installatie geplaatst worden.
  • Bijkomende differentieelstroominrichtingen worden gebruikt voor risicovolle stroombanen (badkamer, wasmachine, droogkast, afwasmachine, vloerverwarmingselementen).
  • Wordt gebruikt op groepen met niet-geaarde toestellen of waar extra bescherming noodzakelijk is.
  • Maximaal vier elektriciteitsgroepen mogen op één aardlekschakelaar aangesloten worden.

Aandachtspunten

  • De aardlekschakelaar detecteert een onbalans tussen fasedraad en nuldraad; lekstromen die via de aardedraad naar de aarde gaan, worden niet door de aardlekschakelaar als zodanig gedetecteerd.
  • Een goede aardlekschakelaar heeft een testknop om de werking vóór werkzaamheden of bij twijfel te controleren.
  • Bij plaatsing hoort men rekening te houden met de voorgeschreven gevoeligheden voor specifieke toepassingen (zie eisen).
  • Aarding en equipotentiale verbindingen blijven een belangrijke aanvullende maatregel om elektrocutierisico te beperken.

Werking / principe

De aardlekschakelaar vergelijkt de stromen die de installatie binnenkomen en verlaten via fase en nul; is er een verschil (lekstroom) boven de ingestelde drempel, dan schakelt het toestel de stroom automatisch uit. Dit gebeurt onafhankelijk van de route van de lekstroom zolang die het verschil tussen fase en nul veroorzaakt.

Eisen / regelgeving

Voor differentieelstroominrichtingen gelden onder meer de volgende specificaties:

  • Ten minste één differentieelstroominrichting met een maximale gevoeligheid van 300 mA (ΔIn) moet aan het begin van de installatie worden geplaatst.
  • Minimale nominale stroom van 40 A en afgestemd op de aansluitvermogenschakelaar.
  • Kortsluitvastheid minimaal 3 kA / 22,5 kA²s.
  • Van het type A (gevoelig voor pulserende gelijkstroom) en voorzien voor scheidingsfunctie.
  • Aansluitingen moeten verzegelbaar zijn.
  • Voor bad- en doucheruimten, en voor bepaalde apparatuur, wordt vaak een hogere gevoeligheid gevraagd (bijvoorbeeld 30 mA of 10 mA afhankelijk van volume en toepassing).