Dakhelling
De dakhelling is de hoek tussen het dakvlak en de horizontale vloer.
Betekenis
De dakhelling is de hoek die het dakvlak maakt met de horizontaal; ze bepaalt de schuinte van het dak. De helling beïnvloedt de nuttige oppervlakte onder het dak, de afwatering, het uiterlijk van het gebouw en welke dakbedekking toepasbaar is; een geringe helling geeft vaak een lage vliering.
Toepassing
De dakhelling wordt gebruikt bij:
- Bepalen van de nuttige oppervlakte onder het schuine dakvlak.
- Ontwerpen van de afwatering en waterkering.
- Keuze en inzetbaarheid van dakbedekkingen (dakpannen, zink, riet e.d.).
- Vormgeving en esthetiek van het gebouw.
Aandachtspunten
- Houd rekening met de minimale hellingvereisten van de gekozen dakbedekking.
- Vanaf circa 15° zijn dakpannen normaal toepasbaar; bij 7–15° zijn er uitzonderingen en advies gewenst.
- Eurocode-definitie: een plat dak wordt vaak beschouwd als een helling tussen −5° en +5°.
- Een lage helling kan in zichtlijnen (bijvoorbeeld vanuit een slaapkamer) esthetisch gewenst zijn.
- Bij twijfel over toepasbaarheid van materialen of uitzonderlijke hellingen moet gespecialiseerd advies worden gevraagd.
Hellingshoek en benaming van daken
- 0–3°: plat dak (vaak als plat dak aangeduid).
- 3–5°: hellend plat dak.
- 5–15°: flauw hellend dak.
-
15°: lessenaarsdak, zadeldak e.d. Opmerking: veel ontwerppraktijken hanteren 15° als grens waarna traditionele dakpannen en constructies goed toepasbaar zijn.
Hellingshoek en dakbedekking
Keuze van dakbedekking in relatie tot helling (gradengrenzen zoals vermeld):
- Teervilt: 2–7°.
- Bitumeus: 7–55°.
- Koper, lood en zink: 7–90° (zink vanaf 3° mogelijk; koper en lood ook?).
- Dakpannen: typisch 15–20° tot 55°, verankerd tot 90°.
- Golfplaten: 20–90°.
- Glas: 25–90°.
- Leipannen: 35–55°, verankerd tot 90°.
- Leien: 40–90°.
- Riet: 40–90°.
Dakpannen en uitzonderingen
- Normaal vereisen dakpannen een helling vanaf circa 15° om als waterdichte bekleding te functioneren.
- Er bestaan systemen die lagere hellingen toelaten; zo biedt Monier een Low Pitch System met grote betondakpannen, een nieuwe waterkering en een speciale waterdichte maar dampdoorlatende onderconstructie waarmee pannen vanaf circa 7° mogelijk zijn.
- Bij dakhellingen tussen 7° en 15° komen dergelijke uitzonderingen voor; in die gevallen is aanvullend advies aangewezen.
Terminologie
- Engels: roof pitch, roof slope; bijvoorbeeld: een dakhelling van 45 graden wordt aangeduid als a 45-degree pitch.