Glas: alles over glas (woordenboek)

Overzicht van termen en begrippen rond beglazing, inclusief constructies, optische eigenschappen en energiegegevens.

Betekenis

Glas omvat een reeks materialen en beglazingssystemen met uiteenlopende mechanische, optische en thermische eigenschappen. Deze begrippen beschrijven zowel productvormen (float, figuur, gelaagd, gehard, dun, spiegel) als meetwaarden voor licht- en energiedoorgang (transmissie, reflectie, absorptie, zontoetredingsfactor, shading coefficients).

Toepassing

Glas wordt toegepast in gevels, ramen en gespecialiseerde industriële toepassingen.

  • Gebruik van floatglas voor vlakke glasplaten, blank of gekleurd, en als basis voor coatings.
  • Toepassing van figuurglas waar decoratieve of antislip‑oppervlakken gewenst zijn.
  • Inzet van gelaagd glas en brandwerend glas voor veiligheid en weerstand tegen vuur.
  • Gebruik van hoog-rendement glas voor verbeterde warmte-isolatie via dunne metaalcoatings.
  • Toepassing van dun glas in geavanceerde industriële processen.

Aandachtspunten

  • Bepaal de geschikte beglazing op basis van lichttransmissie, energieabsorptie en zontoetredingsfactor.
  • Houd rekening met de spectrale bereiken van meetwaarden: directe energie-transmissie 300–2151 nm, lichttransmissie 380–780 nm, ultraviolettransmissie 280–380 nm.
  • Controleer mechanische en veiligheidseigenschappen: gelaagd voor veiligheid, gehard voor verhoogde sterkte.
  • Vergelijk shading coefficients en zontoetredingsfactor bij klimaatbeheersing en zonweringontwerp.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Floatglas: geproduceerd door gesmolten glas over een tinbad te laten lopen en langzaam af te koelen; soepel en geschikt voor coatings.
  • Figuurglas: patroon in het glas aangebracht door het tijdens afkoeling tussen walsen te laten glijden, één wals met een decoratief patroon.
  • Gelaagd glas: veiligheidsglas bestaande uit twee of meer glasplaten verbonden met één of meerdere blanke of gekleurde plastic tussenlagen.
  • Gehard of thermisch bewerkt glas: glas dat door thermische of chemische behandeling sterker is gemaakt.
  • Dun glas: glas met een dikte tussen 0,4 mm en 2,0 mm, vervaardigd via float- of trekproces en bedoeld voor geavanceerde industriële toepassingen.
  • Spiegelglas: glas reflecterend gemaakt door aan één zijde een zilverlaag aan te brengen.
  • Brandwerend glas: gelaagd glas met blanke tussenlagen die opzwellen bij blootstelling aan vuur.
  • Hoog-rendement glas: warmte-isolerend glas met een uiterst dunne, onzichtbare metaalcoating voor betere isolatie tegen hitteverlies en kou.

Eigenschappen en meetwaarden

  • Algemene kleurweergave-index rd65: evalueert hoe de kleur van voorwerpen in daglicht (lichtcoëfficiënt D65) overeenkomt met de kleur bij door glas doorgelaten daglicht.
  • Lichttransmissie (lta): verhouding tussen de hoeveelheid licht die door de beglazing wordt doorgelaten en de hoeveelheid licht op het glas, uitgedrukt volgens lichtcoëfficiënt CIE D 6S; spectrale dichtheid 380–780 nm.
  • Lichtreflectie (lr): verhouding tussen het door de beglazing gereflecteerde licht en het op het glas vallende licht, uitgedrukt volgens lichtcoëfficiënt CIE D65.
  • Directe energie-transmissie (DET): percentage van direct door de beglazing doorgelaten zonne-energie, spectrale dichtheid 300–2151 nm.
  • Energie-absorptie (ea): percentage van zonne-energie dat door de beglazing in een glazen gevel wordt geabsorbeerd; de geabsorbeerde energie kan vervolgens in verschillende percentages naar buiten of naar binnen worden gereflecteerd.
  • Energiereflectie (er): percentage van door de beglazing naar buiten gereflecteerde zonne-energie.
  • Zontoetredingsfactor (g-waarde) of totale energietransmissie: verhouding tussen de totale zonne-energie die een ruimte binnenkomt (direct en indirect) en de hoeveelheid op het glas vallende zonne-energie; som van direct doorgelaten energie en energie die na absorptie alsnog naar binnen wordt uitgestraald.
  • Long-wave shading coefficient: gedeelte van de geabsorbeerde energie dat opnieuw naar binnen wordt uitgestraald, gedeeld door 0,87.
  • Shading coefficient (SC): berekend door de zontoetredingsfactor te delen door 0,87; referentie betreft de zontoetredingsfactor van blank glas van 3mn.
  • Short-wave shading coefficient: directe energietransmissie gedeeld door 0,87.
  • Ultraviolet transmissie (UV): aandeel van de ultraviolette straling dat door het glas gaat, in verhouding tot de totale UV-straling (spectrum 280–380 nm).
  • K- of U-waarde: coëfficiënt van warmtetransmissie in Watt per tijdseenheid door 1 m² glasoppervlak bij 1° kelvin temperatuurverschil tussen binnen- en buitenzijde; berekend voor warmte-overgangscoëfficiënten van de wand: binnen: 8 W/m2.K, buiten: 2 3W/m2.K

Afmetingen / dun glas

  • Dun glas: dikte tussen 0,4 mm en 2,0 mm; geproduceerd via float- of trekproces en doorgaans bestemd voor geavanceerde industriële toepassingen.