Grindvloer terrazzo uitgewassen

Een in het werk gevormde, uitgewassen granito-dekvloer met esthetische, stroef afgewerkte toplaag en naadloos uiterlijk.

Betekenis

Een grindvloer terrazzo uitgewassen (granito, terrazzo, ocriet) is een naadloze dekvloer met een esthetische, stroeve toplaag waarvan de bovenste cementmatrix deels is weggespoeld of uitgezocht om de toeslagstoffen te tonen. De vloer heeft geen constructieve functie maar biedt een slijtvast en decoratief oppervlak.

Toepassing

De terrazzo uitgewassen wordt toegepast in het werk voor binnen en buiten waar hoge eisen aan esthetiek en slijtvastheid gesteld worden.

  • Voor vloeren met intensief verkeer wanneer harde toeslagstoffen zijn gebruikt.
  • Als naadloze, visueel aantrekkelijke afwerking in publieke en commerciële ruimtes.
  • Wanneer een stroef oppervlak met gecontroleerde ruwheid vereist is.

Aandachtspunten

  • Dikte en samenstelling van de toplaag kiezen op basis van korrelgrootte (toplaag minimaal 10 mm).
  • Dilataties in de draagvloer doorvoeren in de dekvloer; dilatatieprofielen verankeren aan de draagvloer.
  • Krimpvoegen toepassen zodat velden maximaal 20 m² zijn en de langste zijde niet langer is dan 5 m; afwijkende vormen opsplitsen in rechthoekige velden.
  • Bij late afwerking tussenlaag afdekken met kunststoffolie om overmatige droging te voorkomen.

Dikte lagen

  • Toplaag: afhankelijk van de korrelgrootte, minimaal 10 mm.
  • Tussenlaag ongewapend: minstens 30 mm.
  • Tussenlaag gewapend: 50 mm en meer indien de tussenlaag niet hechtend is aan de draagvloer.

Samenstelling en materialen

  • Toplaag (globale receptuur): 1 volumedeel cement, 1/2 volumedeel zand, 3 volumedeel grovere toeslagmaterialen; receptuur aanpassen aan korrelvorm en korrelgrootte.
  • Tussenlaag: volgens NEN 2741, D30.
  • Cement: volgens NEN 2741 en NEN 3550.
  • Zand en grind: volgens NEN 2741 en NEN 5905.
  • Hulpstoffen: volgens NEN 3532.
  • Wapening tussenlaag: betonstaal Ø 4-200.

Ruwheid en slijtvastheid

  • Slijtvastheid: conform NEN 1042, paragraaf 4.2, classificatie in tabel.

  • Ruwheidsindeling op basis van sand-patch-diameter en textuurdiepte (TD):

    • Zeer groot: sand-patch <16 cm, TD >12
    • Groot: 16–18 cm, TD 12–9
    • Matig: 18–22 cm, TD 9–6
    • Gering: 22–32 cm, TD 6–3
    • Zeer gering: >32 cm, TD <3

Toelaatbare onvlakheid

Maximale onvlakheid afhankelijk van afstand tussen meetpunten:

  • 1 m: 5 mm
  • 4 m: 10 mm
  • 10 m: 12 mm
  • 15 m en meer: 15 mm

Voegen en voegstrippen

  • Dilataties van de draagvloer voortzetten in de dekvloer; dilatatieprofielen verankeren aan de draagvloer.
  • Krimpvoegen: vloeren in velden tot maximaal 20 m² met langste zijde ≤ 5 m; L-vormen of plaatselijk versmalde delen opsplitsen.
  • Voegstrippen: meestal brons, messing of kunststof; materialen die het betonmilieu niet verdragen, niet toepassen.
  • Voorbeelden van striptypen: kunststofstrip, messingstrip.
  • Alternatief voor plaatselijke voeg: opnemen van versterking in de dekvloer, wat scheurvorming niet voorkomt maar de nadelige gevolgen beperkt.

Uitvoering

  • Voorbehandeling: draagvloer schoon en vrij van losse delen; eventuele cementslikhuid verwijderen; vloer één etmaal vóór aanbrengen verzadigen met leidingwater.
  • Verwerking tussenlaag: aanbrengen van een cementpasta als "aanbrandlaag" zonder plassen; op de nog glanzende aanbrandlaag de aardvochtige specie aanbrengen en verdichten; tussenlaag niet glad afwerken; groeven trekken voor stripaanbrenging en strippen verankeren door eigen profilering met specie.
  • Wapening tussenlaag: bij krimpwapening boven het midden van de tussenlaag aanbrengen, doch ten minste 10 mm onder de bovenkant; aanbrengen in twee afzonderlijke lagen binnen één arbeidsgang; netten overlappen minimaal 200 mm; wapening voor de tweede laag inmasseren (bijv. met een bezem).
  • Nabehandeling tussenlaag: bij wachttijd > 1 dag voor toplaag, afdekken met kunststoffolie tegen te grote droging.
  • Verwerking toplaag: specie vlak uitsmeren en kruislings in twee richtingen zonder wringen met een voldoende zware wals rollen; wals bevochtigen indien nodig.