Inspringend en uitspringend

Dak

Inspringingen en uitspringingen zijn architecturale ingrepen die variatie en plastiek aan gevels, bouwmassa's en straatbeelden brengen.

Betekenis

Inspringen (terugwijken, indeuken) en uitspringen (uitstulpen, uitkragen, inklemmen) zijn vormen van ruimtelijke modellering in de architectuur. Ze geven variatie en plastiek aan een saaie gevel, een te massief bouwvolume of een eentonig straatbeeld en doorbreken een uniforme rooilijn.

Toepassing

Toepassing vindt plaats op gevel- en bouwniveau om schaal, diepte en ritme te creëren.

  • Inspringende bouwelementen: loggia, entree, portiek, poortje, nis, carport onder huis, onderdoorgang, galerij (naar binnen toe), grote overstekken waardoor het een inspringing lijkt, diepere neggen, terugliggend metselwerk (inspringend metselwerk, inspringende laag), hoekramen, verjongen (naar boven toe smaller), geleding.
  • Uitspringende bouwelementen: aanbouw, balkon, frans balkon, erker, bloemkozijn, galerij (buitenzijde gebouw), overstek, luifel, pergola, dakkapel, toren, lantaarn, arkeltorentje, schoorsteen, steunbeer, penant, pilaster (halfpilaar), kroonlijst, Vlaamse gevel, uitkraging, dakterras, dakvoetrand, dakgoot, uitspringend metselwerk, band, groot reliëf, druppellijst, trap, trappenhuis, lift (glas), liftkoker, inklemming, serre, hoekbebouwing of hoekaccenten zoals bij de Amsterdamse School of de Jugendstil, gebouwdelen zoals bij het Structuralisme.

Aandachtspunten

  • Variatie in rooilijn of gebouwhoogte beperkt eentonigheid op straatniveau en werkt samen met inspringingen/uitspringingen.
  • Rondere of organische vormen, karakteristieke dakvormen, groengevels en materialen kunnen aanvullend verlevendigen.
  • Grote spiegelende vlakken, gevelvullende schilderingen en wisselende led‑verlichting roepen uiteenlopende meningen op; gevelvullende schilderingen kunnen gedwongen overkomen.
  • Inspringende en uitspringende elementen variëren sterk in schaal, van kleine nissen en luifels tot torens en uitkragende gebouwdelen.

Voorbeelden van andere verlevendigingsmiddelen

  • Rondere vormen, organische vormen, bogen.
  • Karakteristieke dakvorm, koepel op dak, kilkeper, hoekkeper, windveer.
  • Groengevels, groendak.
  • Gevelmakelaar, uilenbord, andere topgevel-decoraties, hoge schoorstenen.
  • Verschillende of "andere" materialen en kleuren.
  • Afwijkende gevelopeningen (in vorm of locatie), kolom, deel van gebouw in afwijkend materiaal.
  • Aantrekkelijke vormgeving van bijgebouwen zoals schuren, muurtjes.

Maatregelen bij een eentonig straatbeeld

  • Brede lanen.
  • Variatie in rooilijn, gebouwhoogte of beplanting (bomen, struiken, bloembakken).
  • Straatmeubilair, water, fontein.
  • Bijzondere gebouwtjes, bijzondere bestrating, beeldhouwwerk of andere kunstwerken e.d.