Keper
Een keper is een schuine dakbalk of dakspar die de horizontale latten en dakpannen ondersteunt.
Betekenis
Een keper is een dakspar of rib van een spant: een schuine dakbalk waarop vroeger de horizontale latten werden gespijkerd en waarop de dakpannen rusten. De term omvat historisch ook kapspant en zolderrib.
Toepassing
De keper wordt toegepast in dakconstructies als dragende schuine balk.
- Ondersteunen van latten waarop dakpannen liggen.
- Vorming van deelstukken van kapspanten en dakribben.
- Aansluiting op muurplaat of kolom om krachten in de nok en bij puntgevels op te nemen.
Aandachtspunten
- Keper hoeft geen zware balk te zijn; afmetingen variëren met de bouwtechnische constructie (voorbeeld: 5 × 6 cm).
- Eindverbindingen kunnen schuifend uitgevoerd worden om beweging door buiging op te vangen.
- Gebruik van een verstevigd hoekijzer met slobgaten (sleufgaten) maakt schuifoplegging mogelijk.
- Een kepervoet verbindt de keper met muurplaat of kolom om opwaartse drukkrachten ter hoogte van puntgevels op te vangen.
Uitvoering / aansluitingen
- Schuifoplegging: het uiteinde van de keper wordt zo opgelegd dat het kan schuiven bij doorbuiging van het spant, vaak gerealiseerd met een verstevigd hoekijzer met slobgaten.
- Kepervoet: een detail waarmee een keper op een muurplaat of kolom wordt aangesloten om horizontale en opwaartse krachten af te dragen.
Afmetingen / uitvoeringsvormen
- Keper kan variëren van massieve balk tot dunne lat; voorbeeldmaat in de praktijk: 5 × 6 cm, afhankelijk van de constructie.
Herkomst / terminologie
Het woord keper is ontleend aan het vulgair Latijn caprione (dakspant, stutbalk), verwant aan caper (bok); in sommige contexten wordt hetzelfde onderdeel in het Engels aangeduid als "jack rafter".