Laagspanning
Laagspanning betreft elektrische installaties en materieel waarop de regels van het AREI en algemene veiligheidseisen van toepassing zijn.
Betekenis
Laagspanning verwijst naar de elektrische installaties en bijbehorend materieel binnen woningen en vergelijkbare gebouwen die aan specifieke veiligheidsregels moeten voldoen. Die regels hebben tot doel veiligheid, betrouwbaarheid, zuinigheid, comfort en gebruiksgemak van de installatie te waarborgen.
Toepassing
Laagspanningsinstallaties komen voor in residentiële en niet-residentiële gebouwen.
- Voorzien in verdeelborden die klasse I (metaal) of klasse II (dubbel geïsoleerd) zijn.
- Toegepast bij stopcontacten, schakelaars en verlichting, inclusief speciale zones zoals badkamers en douches.
- Gebruikt voor elektrische leidingen en aansluitingen van toestellen en vaste installaties.
- Vereist aanleg en wijzigingen volgens de voorschriften van het AREI.
Aandachtspunten
- Respecteer de minimale beschermingsgraad: laagspanningsmaterieel moet minstens IPXX-B (IP2X) hebben.
- Plaats verdeelborden op ongeveer 1,5 meter boven de grond en zorg voor een deur en vaste achterwand.
- Houd aparte panelen of verdeelborden voor verschillende tarieven; de onderlinge afstand van beschermingstoestellen op hetzelfde paneel moet groter zijn dan 10 cm.
- Beperk het aantal enkelvoudige of meervoudige stopcontacten tot maximaal 8 per stroombaan; bij gemengde stroombanen wordt elk samenwerkend geheel van verlichtingspunten als een stopcontact beschouwd.
- Zorg voor bijkomende equipotentiale verbindingen in badkamers en doucheruimten: alle vreemde geleidende delen en massa’s (gas, waterleidingen, centrale verwarming, badkuip, ...) moeten ononderbroken met elkaar en met de beschermingsgeleider verbonden zijn.
- Gebruik soepele geleiders alleen indien de draadjes aan beide uiteinden worden samengehouden door samenknijpende hulzen of een gelijkwaardig systeem.
Eisen / regelgeving
- De voorschriften van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) zijn van toepassing op nieuwe installaties, op wijzigingen of belangrijke uitbreidingen van bestaande installaties en op bestaande installaties.
- Technische keuzes moeten rekening houden met de criteria veiligheid, betrouwbaarheid, zuinigheid, comfort en gebruiksgemak.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Verdeelborden moeten onbrandbaar, niet-hygroscopisch (niet-vochtopslorpend) zijn en voldoende mechanische weerstand hebben.
- Verdeelborden bestaan in klasse I (metaal) of klasse II (dubbel geïsoleerd).
- Plaatsingswijzen van leidingen en kabels zijn afhankelijk van het type leiding (bijvoorbeeld VOB, VVB/XVB, ...); voorbeelden van toegestane plaatsingen zijn in buis (plastic of metaal), in niet-metalen en niet-brandbare plinten, in vrije lucht en in de muur verzonken zonder buis (met beperkingen).
Kleurcode van geïsoleerde geleiders
- Blauw: nulgeleider.
- Geel/groen: beschermingsgeleider.
- Geel: verboden.
- Groen: verboden.
Uitvoering
- Zorg dat de uitvoering van het verdeelbord overeenstemt met de gegevens op de schema’s.
- Houd bij het gebruik van flexibele geleiders de draadjes aan de uiteinden gebundeld met geschikte hulzen om veilige aansluitingen te garanderen.