Meterkast
Een meterkast (meterruimte) is de kast waar elektriciteits-, gas- en watermeters en aanliggende apparatuur zijn ondergebracht.
Betekenis
Een meterkast of meterruimte huisvest de elektriciteitsmeter en, indien aanwezig, de gasmeter, warmwatermeter en vaak de watermeter en andere apparatuur. De meterkast biedt een geordende plek voor meters en aansluitingen en scheidt deze van de verblijfsruimten.
Toepassing
De meterkast wordt gebruikt voor het onderbrengen van meet- en aansluitapparatuur en leidingen:
- Huisvesting van de elektriciteitsmeter en eventueel gas- en warmwatermeter.
- Plaats voor drinkwatermeter, CAI- en telecomvoorzieningen en overige installaties.
- Scheiden van koude en warme voorzieningen binnen één meterruimte.
Aandachtspunten
- Zorg voor gemakkelijke toegankelijkheid van de meterkast.
- Voorzie een afsluitbare deur; dagmaat minimaal 2050x700 mm.
- Voorzie ventilatieopeningen in de deur, ook bij afwezigheid van een gasaansluiting (voorkomt opwarming drinkwater en vermindert risico bij gaslekkage).
- Gebruik vlakke, sterke en stijve zij- of achterwanden (bijvoorbeeld spaanplaat, multiplex of vezelplaat van minimaal 18 mm).
- Zorg voor een gladde en waterdichte vloer; houd mantelbuisdoorvoeren 20 mm boven de vloer als waterkering.
- Houd rekening met gangbare inwendige afmetingen: circa 2400x770x350 mm (h x b x d).
- Drinkwatermeters en leidingen horen in een koude meterkast te staan of in het onderste deel van een algemene meterkast.
Indeling en zones
Meterkasten en stijgkasten gebruiken vaak zone-aanduidingen met letters:
- C: voorzieningen voor kabeltelevisienetwerk (CAI).
- CT: combinatie van zone C en zone T.
- E: zone voor elektriciteitsleidingen en ophangbeugels.
- T: voorzieningen voor telecommunicatienetwerk.
- G: leidingen voor gasdistributie.
- S: voorzieningen en/of installatieleidingen voor stadsverwarming (warmtenet), warm tapwater, vul- en aftapkraan cv-leiding retour (CVR) e.d.
- W: leidingen voor water (koud water, KW).
Koude en warme meterkast
- Koude meterkast: bevat uitsluitend leidingen en apparatuur die vrijwel geen warmte afgeven of transporteren, zoals elektriciteit, koud drinkwater, CAI en telecom (telecom kan wel warmte produceren).
- Warme meterkast: bevat leidingen en apparatuur die warmte transporteren of verwarmingstele diensten leveren, zoals gas, stadswarmte (warmtenet), warm tapwater en eventueel een verdeler voor vloerverwarming.
- Drinkwater dient niet te worden opgewarmd; daarom hoort de drinkwaterleiding en -meter in een koude meterkast of onderin een algemene meterkast.
Temperatuur en isolatie
Aanbevelingen uit Van Wolferen Research (2014) ten aanzien van isolatie en temperatuurbescherming:
- In hoogbouw: isolatie aan onder- en bovenzijde van de meterruimte onder het plafond met minimaal 20 mm dikte en een warmtegeleidingscoëfficiënt < 0,035 W/mK (of gelijkwaardige isolatie).
- In laagbouw: isolatie aan de onderzijde met minimaal 20 mm dikte en λ < 0,035 W/mK indien de vloer in en rond de meterkast kan opwarmen door vloerverwarming, cv-leidingen of vergelijkbare bronnen.
- In hoogbouw dient een koude meterruimte die grenst aan een warme meterruimte thermisch te worden gescheiden met isolatie volgens bovenstaande specificatie; de onderzijde van de meterruimte dient eveneens geïsoleerd te zijn.
Eisen en regelgeving
- Er bestaan speciale eisen waaraan een meterkast moet voldoen; deze eisen zijn doorgaans beschikbaar bij de beheerder van het elektriciteitsnet of bij de leverancier van de elektriciteit.
Slimme meters
- Slimme meters bieden mogelijkheden om verbruik (bijvoorbeeld gas en elektriciteit) te monitoren en overzichten te ontvangen.
- De communicatiemodule van de slimme meter kan op verzoek van de klant worden uitgeschakeld.
- Bij installatie door het energiebedrijf kan de klant bijvoorbeeld de slimme meter met actieve communicatie accepteren of de slimme meter accepteren maar de communicatiemodule laten uitschakelen.