Pleisterlaag
Een pleisterlaag is een dunne mortellaag van kalk, gips of soms cement die vlak op muren, gewelven of plafonds wordt aangebracht als afwerking.
Betekenis
Een pleisterlaag is een dunne laag specie (mortel) van kalk of gips, soms met cement en vaak met zand, die vlak op een wand, gewelf of plafond wordt aangebracht als gladde afwerking. De laag egaliseert oneffenheden en vormt een geschikte ondergrond om te sauzen of te behangen; omdat het product niet egaal opdroogt, is meestal een nabehandeling vereist. De pleister is doorgaans enkele millimeters tot enkele centimeters dik.
Toepassing
De pleisterlaag wordt toegepast om ondergronden te egaliseren en af te werken.
- Wegwerken van naden, scheuren en v-naden van gipsplaten.
- Gladmaken van beschadigde muren of oud sierpleister.
- Creëren van een vlakke ondergrond voor behangen of sauzen.
- Soms verminderen van de gevoeligheid voor intredend water (bijvoorbeeld tadelakt).
- Toepassing zowel binnen als op gevels (gevelbepleistering/crepi).
Aandachtspunten
- Voorbehandelen: sterk of onregelmatig zuigende ondergronden best voorstrijken met een hechtmiddel voor betere hechting.
- Droogtijd: rekening houden met langere droogtijd bij grotere laagdiktes; pleister droogt niet overal tegelijk en vereist vaak nabehandeling.
- Hechting: hechtmiddel moet volledig droog zijn vóór aanbrengen van pleister; anders kan het pleisterwerk loskomen.
- Hoeken en randen: hoekprofielen gebruiken vóór het aanbrengen ter bescherming; stucstop toepassen waar de stuclaag stopt maar de wand doorloopt.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Basisbindmiddelen: kalk en gips; soms met cement en zand als toeslag.
- Historische variant: klei gemengd met hooi, afgedekt met Doornikse kalk.
- Gipspleister heeft over het algemeen een fijnere structuur dan kalkpleister en maakt fijnere details mogelijk.
- Machinepleister (MP): voor binnen wordt vaak MP75 gebruikt (MP = MachinePleister, spuitgips); MP75 kan vrij dik opgebracht worden en heeft een lange verwerkingstijd. Laagdikte voor MP75: 10–30 mm. Voor grotere laagdiktes is er een uitvoering MP 75 SL.
- Hechtmiddelen: voorbeelden zijn Grondeermiddel of Stuc-Primer (verdunnen met water); gladde, niet-zuigende oppervlakken (bijv. prefab beton) voorbehandelen met Betokontakt. Verse beton niet bepleisteren.
Afmetingen / doorsneden
- Algemene dikte: enkele millimeters tot enkele centimeters, afhankelijk van de toegepaste methode.
- Specifieke laagdikte voor MP75: circa 10–30 mm; voor grotere laagdiktes bestaan aangepaste producten (MP 75 SL).
Uitvoering
- Pleisterwerk is een stucmethode die zowel handmatig als machinaal kan worden aangebracht.
- De pleisterlaag maakt deel uit van de opbouw van stucwerk: constructieve ondergrond → pleisterdrager → eventueel spritslaag → eventueel raaplaag → pleisterlaag → afwerklaag.
- Tussen spritslaag en raaplaag kan een vertinlaag worden toegepast.
- Een zeer gladde afwerking van de pleisterlaag wordt glitten genoemd.