Schuimbeton

Schuimbeton is een lichtgewicht betonsoort met grote cellen, geschikt voor opvullen en isoleren maar niet voor draagconstructies.

Betekenis

Schuimbeton is een betonsoort met een open of gesloten celstructuur en relatief grote luchtcellen, waardoor het een laag volumiek gewicht krijgt. Schuimbeton is niet geschikt als draagconstructie maar levert een monolithische, zelfnivellerende en relatief isolerende laag.

Toepassing

Schuimbeton wordt gebruikt voor uiteenlopende niet-dragende toepassingen.

  • Uitvullen en deels isoleren van vloeren; schuimbeton is geen eindvloer en moet altijd worden afgewerkt met een dekvloer (bijv. zandcement of anhydriet).
  • Trillingsabsorberende platen (TAS), toegepast als plaat van ca. 70 cm dik bij woningen in Groningen.
  • Opvullen van lege olietanks en niet meer gebruikte rioleringen.
  • Als werkvloer en als vervanger van zand onder wegen.
  • Grondstabilisatie: opritten van viaducten, aanvullingen achter damwanden en snel bouwrijp maken van terreinen.
  • Isolatielaag en ondergrond voor airco- en dakbedekkingen op platte daken (lichtgewicht circa 450 kg/m3; voor autodekken massa 800–1200 kg/m3 mits constructief toegestaan).
  • Hellingsbeton (afschotlaag) op platte daken; maximaal afschot 15 mm per m.
  • Fundering in lichte constructies, impactlaag (botsbeveiliging) en bodemafsluiter voor kruipruimtes.
  • Kruipruimtevulling en isolatie zonder polystyreen (cement, water en schuimmiddel), mits geen stilstaand water; vochtwering gebeurt met plastic folie op de kruipruimtevloer en tegen opgaande muren.
  • Als stabiele laag onder atletiekbanen, eventueel geperforeerd voor drainage.

Aandachtspunten

  • Niet toepassen als draagconstructie of als eindafwerkvloer; altijd afwerken met een geschikte dekvloer.
  • Beperk puntlasten: schuimbeton kan moeilijk geconcentreerde puntlasten aan.
  • Lage-dichtheidmengsels kunnen water opnemen; samenstelling aanpassen om opname te beperken.
  • Werkgebied is na plaatsing ongeveer 7 dagen niet beschikbaar; beloopbaarheid al mogelijk na 2–3 dagen, afhankelijk van laagdikte, omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid.
  • Goede voorbereiding vereist om weglopen van het vloeibare mengsel te voorkomen.

Eigenschappen

  • Volumieke massa: meestal tussen 400 en 1100 kg/m3, soms tot 1600 kg/m3 afhankelijk van de gewenste karakteristieken.
  • Voorbeeld: bij 800 kg/m3 is de druksterkte na 28 dagen meer dan 2,5 N/mm3 en is de warmtegeleidingscoëfficiënt 0,17 W/mK.
  • Isolatiewaarden: voor schuimbeton van 400–500 kg/m3 geeft een laag van 35 cm een R-waarde van ca. 3,5 m2K/W; voorbeeldwaarden voor Isolite75: bij 33 cm R ≈ 3,7 m2K/W, bij 50 cm R ≈ 5,4 m2K/W.
  • Structuur en verwerking: gesloten cellenstructuur bij veel mengsels, monolithisch, zelfnivellerend, goed vullend, zaagbaar en nagelbaar.
  • Duurzaamheid: goede vorst-dooi-weerstand, rot- en schimmelbestendig, volledig recyclebaar.

Uitvoering

  • Schuimbeton wordt vaak verpompt en geplaatst met een schuimbetonpomp waarbij componenten door een variabele aandrijving worden aangestuurd om een constante schuimkwaliteit te verkrijgen.
  • Het schuim wordt geïnjecteerd via een schuiminjectiesysteem in de transportleiding, intensief gemengd en vervolgens naar de werkplek verpompt.

Voordelen

  • Laag volumegewicht ten opzichte van conventioneel beton.
  • Redelijke isolerende eigenschappen door gesloten cellenstructuur.
  • Monolithisch en relatief hoge sterkte voor het gewicht.
  • Relatief goedkoop, duurzaam en goed verwerkbaar; voldoet aan ARBO-eisen voor verwerking.
  • Zelfnivellerend en goed vullend in hoeken en gaten.

Nadelen

  • Beperkte weerstand tegen puntbelastingen.
  • Lage-dichtheidmengsels kunnen water opnemen zonder aangepaste samenstelling.
  • Niet geschikt als dekvloer; vereist altijd afwerking.
  • Droogtijd en beloopbaarheid afhankelijk van dikte, temperatuur en luchtvochtigheid.
  • Plaatsing vereist goede voorbereiding vanwege het vloeibare karakter en risico op weglopen.