Tegelwerk
Tegelwerk is de wand- en vloerbekleding met tegels, meestal vervaardigd uit gebakken klei.
Betekenis
Tegelwerk omvat alle wand- en vloerbekleding met tegels, doorgaans van gebakken klei; plafondbekleding met tegels komt zelden voor. Tegelwerk biedt esthetische afwerking en mechanische bescherming van oppervlakken.
Toepassing
Tegelwerk komt voor in uiteenlopende bouwdelen en omstandigheden.
- Wand- en vloerbekleding in binnenruimtes.
- Vloeren en wanden in badkamers en andere vochtige ruimtes.
- Buitenbekleding met vorstbestendige, dubbelgebakken tegels.
- Sporadisch als plafondbekleding.
Aandachtspunten
- Ondergrond: zorgen voor voldoende stevige en vlakke ondergrond; beton is geschikt, houten vloeren vragen speciale egalisatie of extra plaatlagen.
- Dekvloer: wachten op uitharding van de dekvloer; bij voorkeur 28 dagen.
- Dilatatie: aanbrengen van randisolatie en dilatatievoegen op grotere oppervlakten, met aandacht voor uitzetten en krimpen bij temperatuurverschillen en bij vloerverwarming.
- Tegelkeuze: kiezen op basis van toepassing (vorstbestendig voor buiten, stroefheid/antislip voor badkamer, juiste slijtageklasse PEI voor loopintensiteit).
- Lijm en bevestiging: kiezen van lijm/specie die past bij tegeltype en ondergrond; bij grote tegels gelden andere lijmeisen en soms dubbel verlijmen (buttering floating).
Ondergrond
- Stevigheid: controleren of de ondergrond voldoende draagkracht heeft; beton is een gangbare en geschikte ondergrond.
- Hout: bij houten vloeren gebruiken van een extra laag houten plaat en eventueel ontkoppelingsplaten die op de ondergrond gelijmd worden.
- Vlakheid: zorgen voor een vlakke ondergrond en vlakke dekvloer voordat tegels gelegd worden.
- Uitharding: de dekvloer laten uitharden; bij voorkeur 28 dagen.
Randisolatie en dilatatievoegen
- Randisolatie: aanbrengen van randisolatie bij de dekvloer om contactgeluiden en mechanische spanningen te beperken.
- Dilatatievoegen: opnemen van dilatatievoegen bij grotere oppervlakken zodat uitzetten en krimpen door temperatuurverschillen mogelijk blijft; noodzakelijk bij vloerverwarming om scheurvorming te voorkomen.
Keuze van de tegel
- Toepassing: kiezen van type tegel passend bij gebruik (buiten: dubbelgebakken en vorstbestendig; badkamer: stroef/antislip met geschikte R-waarde).
- Slijtageklasse: selecteren van juiste PEI-waarde afhankelijk van slijtagebelasting (ingangspartijen hogere klasse dan slaapkamers).
- Formaat en structuur: kleine tegels worden eerder aanbevolen op houten ondergronden; bij houten vloeren wordt vermoedelijk niet groter dan 30x30 cm geadviseerd.
- Opname water: rekening houden met droging en binding; bij tegels met dichte structuur (weinig vochtopname) is de droging/binding van de lijm/specie geringer.
Bevestiging van tegels
- Lijm of specie: gebruiken van tegellijm of specie geschikt voor het tegeltype en de ondergrond (beton of hout).
- Ondergrond en tegel insmeren: bij tegels groter dan 30x30 cm zowel de ondergrond als de tegel insmeren met lijm of specie.
- Dikkere laag bij oneffenheden: aanbrengen van een dikkere laag lijm als de ondergrond oneffen is of de tegel sterk geprofileerd aan de onderzijde.
- Buttering floating: bij tegels van groot formaat (vanaf 60 cm, bijvoorbeeld 30x80 cm) toepassen van de buttering floating methode (dubbel verlijmen; zowel tegel als ondergrond insmeren).
Aantal tegels
- Rekenen op breuk: bij berekening van het aantal tegels rekening houden met breuk tijdens transport en het opsnijden/pas maken.
- Voegverlies: bij kleinere tegels of brede voegen neemt de voeg relatief veel ruimte in, waardoor het benodigde aantal tegels iets kan afwijken van oppervlakte gedeeld door tegeloppervlakte.
Patroon
- Symmetrie: bij gedeeltelijk afsnijden van tegels streven naar gelijkwaardige maatvoering links en rechts (bijvoorbeeld geen gehele tegel aan de ene kant en een smallere aan de andere kant).
Voegbreedte
- Proefleggen: eerst "droog" enkele tegels leggen om een esthetische voegbreedte te bepalen.
- Minimale breedte: de minimale voegbreedte bedraagt vaak 3 mm om het voegmiddel goed te kunnen zetten.
- Oneffen/robust: onregelmatig gevormde tegels of robuuste uitstraling vragen doorgaans een bredere voeg.
- Leghulpmiddelen: gebruik van voegkruisjes of hoge dunne latjes om gelijke voegafstand te verkrijgen; voegkruisjes diep in de lijm drukken zodat het voegcement over de kruisjes gaat en latjes verwijderen voor afdichting.
Aanbrengen lijm/specie
- Kiezen: kiezen van een tegellijm of specie die past bij tegelmateriaal, tegelformaat en ondergrond.
- Lijmdikte en methode: aanpassen van lijmdikte bij oneffenheden of sterke profilering; bij grotere tegels en dichte tegelstructuur speciale lijmeisen en mogelijk dubbel verlijmen toepassen.