Vogelwering
Vogelwering zijn middelen die voorkomen dat vogels op dakranden, goten of andere voorkeurplaatsen neerstrijken of nestelen.
Betekenis
Vogelwering is een attribuut dat in of aan de dakgoot, dakvoet of op andere zitplaatsen wordt bevestigd om te verhinderen dat vogels daar gaan zitten of nestelen. Sommige vormen van vogelwering beperken bovendien dat vogels of kleine dieren (zoals muizen) onder dakpannen kruipen of zich daar vestigen.
Toepassing
Vogelwering wordt toegepast op bouwdelen waar vogels overlast of schade veroorzaken.
- Op goten, dakranden en balkonhekken om neerstrijken te voorkomen.
- Onder dakpannen of bij de nok van rieten daken om nestelen of lostrekken van riet te beletten.
- Bij glazen ruiten om botsingen te vermijden.
- Aan vijverranden en langs waterlopen ter afschrikking van reigers.
- Rond openingen of spleten als aanvullende afdichting tegen muizen en vogels.
Aandachtspunten
- Kies een type dat past bij de locatie: netten zijn effectief maar vaak minder esthetisch.
- Houd rekening met hinder voor omwonenden: geluidende roofvogelroepen, flitslichten of lasers kunnen als storend ervaren worden.
- Sommige systemen beïnvloeden ook huisdieren of andere niet-doelsoorten (bijvoorbeeld waterstralen met bewegingsmelder).
- Decoys (kunststof roofvogels) moeten verplaatst of bewegelijk opgehangen worden om effect te behouden.
- Ultrasone apparaten schijnen vogels waarschijnlijk niet te weren en kunnen ook huisdieren verjagen.
Materialen en uitvoeringsvormen
- Pinnen (duivenpinnen): een reeks scherpe of stekelige pinnen bevestigd op gootranden, dakranden of balkonhekken.
- Gespannen draad: dunne stalen draad gespannen boven favoriete zitplaatsen van vogels.
- Vogelschriklinten, verjagingsspiralen en flapperlinten: verjagen door beweging, schittering en kleur.
- Netten: fysieke barrière die vogels tegenhoudt; esthetiek kan een bezwaar zijn.
- Vogelschroten en vogelvides: constructies die verhinderen dat vogels en muizen diep onder dakpannen kruipen; een vogelvide biedt wel een afzonderlijke nestmogelijkheid.
- Elektronische verjagers met roep en detectie: systemen die de roep van roofvogels afspelen na detectie; detectie kan infrarood bereiken tot ca. 10 meter binnen een hoek van 130 graden en een instelbaar tijdsinterval van 5–30 minuten.
- Reflecterende objecten (CD-achtige schijven) en glimmende voorwerpen die vogels afschrikken door schittering.
- Flitslichten en laserlicht: flitslichten kunnen storend zijn; laserlicht wordt omschreven als diervriendelijk en veroorzaakt geen fysieke schade, en vogels zouden hier niet aan wennen.
- Kunststof decoys (slechtvalk, meeuw, ekster, kraai): bewegelijk ophangen of verplaatsen verhoogt de werking; een kunststof slechtvalk kan circa 82 cm spanwijdte hebben.
- Waterstraal met bewegingsmelder: verjaagt reigers en andere dieren, maar detecteert ook huisdieren.
- Fijnmazig kopergaas: bij rieten daken over de nok gespannen om losslaan van riet te voorkomen.
- Plakkende silhouetten op glas: schaduw van een roofvogel vermindert het risico dat vogels tegen ruiten vliegen.
- Afdichtingsnet / muizengaas (RVS): voorkomt tocht, knaagdieren en het binnendringen van vogels; vergelijkbaar met toepassingen bij sleufroosters.
- Vleermuisverjagers: systemen die de oriëntatie van vleermuizen lokaal verstoren zodat ze wegblijven.
Verschil met klimbeveiliging
- Vogelwering is primair bedoeld om vogels te verjagen of te beletten te nestelen, terwijl klimbeveiliging materialen betreft die beklimming van muren, regenpijpen en gevels bemoeilijken; sommige producten kunnen beide functies deels vervullen.