Aflaat
Een aflaat is een schuin dakvlak van een lage opstal of overkapping dat hemelwater afvoert en waar men niet onder kan staan.
Betekenis
Een aflaat is een schuin dakvlak van een lage opstal of overkapping waar men niet onder kan staan en dat vaak onder een ander dakvlak wordt toegepast voor de hemelwaterafvoer. Gewestelijk wordt de term ook gebruikt voor een afdak. Daarnaast is aflaat historisch een term uit de rooms-katholieke kerk voor een betaling waardoor de straf voor zonden werd kwijtgescholden.
Toepassing
De term komt voor in bouwkundige en historische/religieuze contexten.
- Bouwkundig: als schuin dakvlak van een lage opstal of overkapping, toegepast onder een ander dakvlak voor de hemelwaterafvoer.
- Terminologie: wordt vooral door makelaars gebruikt en kan gewestelijk ook voor een afdak gelden.
- Onderdelen: de aanduiding aflaatpijp verschijnt als synoniem voor spijer of spuwer.
- Historisch/religieus: als betaling om de straf voor zonden kwijt te schelden; bidden of goede werken kon soms ook als aflaat gelden.
- Figuurlijk: gebruikt als vergelijking met moderne betalingen of compensaties, bijvoorbeeld voor CO2-certificaten, CO2-opslagcertificaten of compensatie van vliegreizen; voorbeelden uit de praktijk noemen onder meer compensatieprogramma’s van energie- of brandstofaanbieders.
Aandachtspunten
- Aflaat is geen ruimte om onder te verblijven: men kan er niet onder staan.
- Aflaat fungeert vaak als onderdeel van de hemelwaterafvoer onder een hoger dakvlak.
- Terminologisch kan aflaat in sommige streken samenvallen met afdak; gebruikelijk taalgebruik verschilt regionaal.
- Historisch misbruik: de verkoop van aflaten nam in de vijftiende en zestiende eeuw sterk toe.
- De figuurlijke toepassing van het woord kan een kritische lading hebben wanneer betalingen of compensaties worden vergeleken met religieuze aflaten.
Aflaatpijp
Een aflaatpijp wordt in de omgangstaal ook aangeduid als spijer of spuwer en refereert aan een uitlaat of afvoervoorziening verbonden met een aflaat.