Bestrating legverband
Legverband is het patroon waarin straatstenen ten opzichte van elkaar worden gelegd en beïnvloedt stabiliteit en uiterlijk van de bestrating.
Betekenis
Een legverband beschrijft de wijze waarop straatstenen of bakstenen in een bestrating ten opzichte van elkaar worden geplaatst, analoog aan een metselverband bij stenen. Het gekozen patroon beïnvloedt zowel de mechanische stabiliteit van het wegdek als het visuele patroon en de benodigde afwerking langs randen.
Toepassing
Legverbanden worden gekozen op basis van gebruik, stabiliteitsbehoefte en esthetiek.
- Wegen en rijstraten: voorkeur voor patronen die verband behoudt bij gemotoriseerd verkeer.
- Opritten en intensief bereden stroken: keuze voor verbanden met goede stabiliteit (bijv. keper/visgraat).
- Sierbestrating: variatie in patroon of afwisselende stenen (strooisteen) voor verlevendiging.
- Nood- of tijdelijke bestrating: eenvoudig blokverband.
Aandachtspunten
- Kies een legpatroon dat bestand is tegen de bewegingen van gemotoriseerd verkeer om verlies van verband te voorkomen.
- Houd rekening met de oriëntatie van de stenen ten opzichte van de rijrichting; bij halfsteensverband moeten de stenen haaks op de rijrichting liggen.
- Verwacht meer hak- en snijwerk bij diagonaal-, keper- en visgraatverbanden; dit kan extra afval veroorzaken.
- Vermijd het verwerken van gehakte stenen kleiner dan een halve steen als dit de stabiliteit schaadt.
- Werk randen af met rijtjes strekken of een rollaag voor een nettere afwerking.
Typen / uitvoeringen
- Halfsteensverband (banenverband): stenen staan loodrecht op de kantstrook; stootvoegen van volgende laag liggen halverwege de stenen van de vorige laag; weinig hakwerk en snelle legging; kan naar de rijrichting kruipen en golving loodrecht op de wegas veroorzaken.
- Diagonaalverband: variant van halfsteensverband waarbij stenen onder 45° op de kantlaag staan; prettig te berijden maar vraagt meer hakwerk.
- Keperverband / visgraatverband: brengt goede stabiliteit en wordt diagonaal op de kant aangesloten; prettig te berijden, maar vereist meer snijwerk en kan veel knipafval geven; verwerking van veel kleine gehakte stukjes moet vermeden worden.
- Zigzagverband: variant op halfsteens- en keperverband; voor- en nadelen vergelijkbaar met keperverband.
- Elleboogverband: keperverband dat recht wordt verlegd met stenen loodrecht op of evenwijdig aan de kantlaag; goede stabiliteit en beperkt hakwerk, maar geen diagonale ligging (diagonaal is vaak beter voor opritten en rijstraten).
- Blokverband: eenvoudig in verwerking, vaak toegepast als noodbestrating of sierbestrating; lage stabiliteit en daardoor ongewenst voor opritten en rijstraten; half blokverband biedt per laag enige verspringing en iets meer stabiliteit.
- Vlechtverband recht: variant van blokverband met een vlechtend uiterlijk; door verspringing theoretisch iets meer stabiliteit.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Straatbakstenen en klinkers in verschillende vormen en materialen; baanstenen of tegelformaten komen voor bij banenverband.
- Natuursteenklinkers vereisen vaak hoekig snijwerk bij bepaalde verbanden.
- Speciaalvormen zoals bisschopsmuts kunnen hakwerk verminderen en schijnvoegen creëren.
- Bestrating kan in een zandbed of in mortel worden aangebracht afhankelijk van het gekozen verband en toepassing.
Afwerking en variatie
- Randen: één of meer rijtjes strekken of een rollaag als randafwerking, strekken dwars op de as van de weg.
- Verlevendiging: wijziging van patroon of toepassing van strooisteen in een andere kleur, vorm of textuur om grote vlakken visueel te breken.