Blanke geleider
Een blanke geleider is een elektrische geleider zonder isolatielaag waarvoor lagere veilige aanraakspanningen gelden.
Betekenis
Een blanke geleider is een geleider zonder isolatiehuid; aanraking van een dergelijke geleider vereist lagere toegestane spanningsgrenzen om gevaar voor persoon en installatie te beperken. Daarom zijn voor blanke geleiders per contactomstandigheid (BB1–BB3) strengere maximale aanraakspanningen voorgeschreven dan voor geïsoleerde geleiders.
Toepassing
Blanke geleiders worden besproken in de context van zeer lage veiligheidsspanningen en verlichtingstoepassingen.
- Relevantie bij laagspanningscircuits en ZLVS-toepassingen.
- Toepassing bij verlichting en transformatoren voor halogeenlampen.
- Beoordeling van aanraakrisico afhankelijk van huidomstandigheden (droog, vochtig, ondergedompeld).
Aandachtspunten
- Respecteer de lagere maximale aanraakspanningen voor blanke geleiders (zie Eisen / regelgeving).
- Houd rekening met brandrisico’s bij verlichting, ook bij gebruik van ZLVS.
- Plaats halogeenlampen niet in brandbaar materieel en bewaar voldoende afstand (bijv. 0,5 m) tot te verlichten voorwerpen.
- Gebruik voor halogeenlampen een veiligheidstransformator; zorg dat die transformator goed kan afkoelen en bereikbaar blijft.
- Beveilig de secundaire zijde van de transformator tegen overbelasting en kortsluiting; indien de transformator geen ingebouwde beveiligingen heeft, moet men zelf voor geschikte beveiliging zorgen.
- Plaats de transformator in de nabijheid van de lamp om spanningsval te beperken, maar voorkom dat de lamp de transformator onnodig verwarmt.
Eisen / regelgeving
Maximale aanraakspanningen voor de aangegeven situaties:
- Voor blanke geleiders:
- BB1 (droge huid): ≤ 25 V
- BB2 (vochtige huid): ≤ 12 V
- BB3 (ondergedompelde huid): ≤ 6 V
- Ter vergelijking, voor geïsoleerde geleiders gelden hogere grenzen:
- BB1: ≤ 50 V
- BB2: ≤ 25 V
- BB3: ≤ 12 V