Blower-door-test, meting luchtdichtheid

Een blower-door-test meet de luchtdichtheid van een gebouw door een gecontroleerd drukverschil te creëren en het luchtdebiet te meten.

Betekenis

Een blower-door-test bepaalt de ongewenste luchtverplaatsing tussen binnen en buiten van een gebouw door het onderzochte gedeelte te belasten met over- en onderdruk (meestal 50 Pa) en het benodigde luchtdebiet te meten. De meting identificeert luchtlekken die energieverlies, inwendige condensatie, verslechtering van waterdichtheid, verlies van geluidisolatie, risico voor brand- en rookdichtheid en verminderde stofdichting kunnen veroorzaken.

Toepassing

De blower-door-test wordt gebruikt om luchtdichtheid te kwantificeren en luchtlekken op te sporen:

  • Opsporen van luchtlekken vóór het afwerken van een gebouw.
  • Beoordelen van kierdichtheid in het kader van BENG-eisen.
  • Combineren met thermografie om isolatie- en kierfouten zichtbaar te maken.
  • Ondersteunen van ventilatiecontroles in combinatie met debietmetingen.

Aandachtspunten

  • Bepaal het te onderzoeken gedeelte als één "beschermd volume" (bijv. uitsluiten van zolder, kelder, berging, toilet).
  • Sluit alle externe openingen (ramen, deuren, kattenluik, brievenbus) en ventilatieroosters; schakel elektrisch aangedreven luchtverplaatsers uit.
  • Open interne deuren zodat het onderzoeksgebied als één ruimte functioneert.
  • Zorg dat de meetapparatuur gekalibreerd is en dat het drukverschil minimaal 50 Pa bereikt.
  • Meet zowel overdruk als onderdruk en bereken V50 als gemiddelde; dichting van gevonden lekken en herhaling van de meting zijn vaak nodig.

Uitvoering

De test wordt doorgaans in de volgende volgorde uitgevoerd:

  • Bepalen van het beschermde volume en afsluiten van alle onbedoelde openingen.
  • Uitschakelen van mechanische ventilatie, airco, afzuigkappen e.d.
  • Opstellen van een deurframe met luchtdicht zeildoek in een deuropening en plaatsen van een grote ventilator en drukverschilmeter (blowerdoor).
  • Genereren van over- en onderdruk (meestal tot 50 Pa) en registreren van het luchtdebiet en de ruimtedruk.
  • Lokaliseren van lekken, deze dichten en eventueel een nieuwe meting uitvoeren.

Meting en resultaatswaarden

  • Het primaire meetresultaat is V50, uitgedrukt in m3/uur.
  • V50 is het gemiddelde van de metingen bij overdruk en onderdruk: V50 = (V50_overdruk + V50_onderdruk) / 2.
  • Het specifieke luchtlekdebiet wordt berekend als V50 gedeeld door de oppervlakte (A) van het onderzochte gebied: luchtlekdebiet = V50 / A [m3/h·m2 of m/h].
  • Een alternatieve weergave is het aantal luchtvervangingen per uur; een waarde van 1 betekent dat de volledige luchtinhoud in één uur wordt ververst. Een waarde van 0,6 of hoger wordt soms als criterium gehanteerd om naar lekken te zoeken.

Apparatuur en kalibratie

  • De blowerdoor-opstelling bestaat uit een deurframe met luchtdicht zeildoek, een ventilator en een drukverschilmeter, vaak gekoppeld aan een computerprogramma dat het luchtverlies berekent.
  • De meetmethode is vastgelegd in NEN-EN 13829 / NBN-EN 13829 en de apparatuur moet gekalibreerd zijn.

Plaatsing bij woningen

  • Voor woningen is de voordeur de gebruikelijke plaats voor de blowerdoor omdat die vrijwel altijd aanwezig is, een standaardformaat heeft en de kans op verstoring door gebruikers beperkt is.