Bouwvak
Bouwvak is de traditionele periode waarin de bouwsector vakantie hield, oorspronkelijk de benaming voor bouwvakantie.
Betekenis
Bouwvak was de historische benaming voor de bouwvakantie, de periode waarin de bouwsector collectief vrijaf nam. Tot circa 1990 leidde dit in Nederland vaak tot een vrijwel volledige stillegging van bouwwerkzaamheden, waarna regionale indeling van de vakanties invoer vond en de verplichte landelijke stillegging verdween.
Toepassing
Bouwvak verwijst naar de timing en organisatie van vakantie binnen de bouwsector.
- Liggen ongeveer in het midden van de schoolvakanties voor de betreffende regio's.
- Leiden tot tijdelijke onderbreking van bouwwerkzaamheden, vooral vóór ca. 1990.
- Maken regionale variatie in werkplanning mogelijk doordat niet alle regio's gelijktijdig bouwvak hebben.
- Worden niet langer door regelgeving verplicht gesteld; werkzaamheden kunnen dus doorgevoerd worden.
Aandachtspunten
- Rekenen op regionale verschillen in de bouwvakperiode bij planning van projecten.
- Er is sinds ca. 1990 geen algemene verplichting meer tot een bouwvakvakantie.
- Historische stilleggingen betekenden dat werkzaamheden toen vaak gedurende de bouwvak volledig stopten.
- Bouwvak verwijst letterlijk naar de bouwsector (de bouw).
Vertalingen
- Engels: construction industry; building industry; building trade; building sector.
- Engels voor bouwvakvakantie: construction industry holiday; building industry holiday.