Cimorné

Sierpleister bestaande uit gekleurde glasfragmenten die in een natte cementmortel worden gewerkt, populair in België rond 1920–1940.

Betekenis

Cimorné is een decoratieve gevelbepleistering waarbij gebroken, gekleurd glas in een cementmortel wordt verwerkt om een ruwe, kleurrijke en getextureerde laag te vormen. De techniek levert een zichtbare, vaak felgekleurde afwerking op die afwijkt van natuursteensimulaties.

Toepassing

Cimorné werd vooral toegepast tijdens het interbellum in België.

  • Bekleden van volledige gevels van nieuwbouw uit de jaren 1920–1930.
  • Opknappen en verfraaien van bestaande arbeiderswoningen.
  • Toepassing van delen van een gevel, vaak boven een toegangsdeur of rond ramen en deuren.
  • Demonstraties op werf door vaklui om de karakteristieke applicatietechniek te tonen aan aannemers en architecten.

Aandachtspunten

  • Werken met glasfragmenten gebeurt met de hand; de stukjes glas zijn ogenschijnlijk bot genoeg om zonder handschoenen te hanteren.
  • Glasfragmenten moeten na het werpen in de verse mortel worden aangedrukt met een pleisterspaan zodat ze niet loskomen en er niet te veel uitstekende delen blijven.
  • Correcte applicatietechniek bepaalt het uiteindelijke uiterlijk; vaardigheid en demonstratie op de werf waren historisch essentieel.
  • Weinig schriftelijke documentatie vereist veldwerk, interviews en labo-analyse van monsters voor herstel en reconstructie.

Historiek en oorsprong

De techniek ontstond tijdens het interbellum en werd eind jaren 1920 in België ontwikkeld en gepatenteerd door de Waalse stukadoor Pierre Pétroons. Pétroons liet zich inspireren door de Italiaanse terrazzo-techniek en experimenteerde met felgekleurd opaalglas om tekstuur en kleurige patronen op gevels te creëren. De populariteit nam toe in de jaren 1930 via mond-tot-mondreclame en demonstraties door werkmannen.

Methode

  • Een fresco-achtige cementmortel wordt aangebracht en kan gepigmenteerd zijn.
  • In de nog natte mortel worden gekleurde korrels van opaalglas vanuit de hand geworpen.
  • Daarna wordt het glas met een pleisterspaan in de mortel aangedrukt zodat het stevig vastzit en het oppervlak minder scherpe uitstekende delen vertoont.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Cementmortel als bindmiddel.
  • Gebroken, gekleurd opaalglas als zichtlaag: soms gebruik van lokaal (afval)materiaal.
  • Mortel kan gepigmenteerd worden om de achtergrondkleur te beïnvloeden.

Verschil met simili-pierre

Cimorné streeft geen imitatie van natuursteen na; het gebruikt zichtbaar gekleurd glas als decoratief materiaal. Simili-pierre daarentegen imiteert natuursteen door toevoeging van middelen zoals mica, gemalen natuursteenpoeder of natuursteenkorrels aan een cement- of basterdmortel.

Documentatie

  • Demonstratie van de techniek (Musée Royal de Mariemont).
  • Bouwmaterialen en constructietechnieken in het Interbellum (Cimorné, opgenomen vanaf p. 84 in genoemde publicatie).