Funderingsonderzoeken
Een funderingsonderzoek bepaalt de kwaliteit en het draagvermogen van een bestaande fundering door archief-, visuele en technische inspecties.
Betekenis
Een funderingsonderzoek is een verzameling onderzoeken en inspecties om uitspraak te doen over de kwaliteit en het draagvermogen van een bestaande fundering. Het omvat historisch onderzoek, visuele controle van de constructie en technische inspecties in en rond de fundering, waarna de fundering vaak in een kwaliteitsklasse wordt ingedeeld.
Toepassing
Funderingsonderzoeken worden uitgevoerd bij bestaande gebouwen voorafgaand aan beoordeling of herstel.
- Nagaan van eerdere onderzoeken en herstellingen (archiefonderzoek).
- Visuele inspectie van gevels en lintvoegen ter identificatie van scheuren en verzakkingen.
- Funderingsinspectie via inspectieputten om funderingstype en toestand van metselwerk en palen vast te stellen.
- Specifieke onderzoeken zoals proefbelasting, trillingsonderzoek en metingen bij twijfel over draagvermogen.
- Onderzoeken van grondwaterstanden en lintvoegwaterpassing als beïnvloedende factoren.
Aandachtspunten
- Raadpleeg archiefgegevens om eerdere schade, herstelwerk of funderingstype (bijv. houten palen of op staal/gewapend metselwerk) te achterhalen.
- Inspecteer gevels aan straatzijde en voer waar nodig lintvoegmetingen uit om verzakkingen vast te stellen.
- Graaf inspectieputten aan de buitenkant om funderingstype en metselwerkconditie direct te beoordelen.
- Bij houten palen gebruik maken van inslaghamermetingen, fotoregistratie en houtmonsters voor laboratoriumonderzoek.
- Houd rekening met omgevingsfactoren zoals grondwaterdaling of wijzigingen in riolering die paalkoppen kunnen blootleggen of doen uitdrogen.
Soorten funderingsonderzoek
- Archiefonderzoek: nagaan of eerder onderzoek of herstel plaatsvond en of de woning op houten palen of op staal (= gemetselde fundering) staat.
- Visuele inspectie: controle van gevels (straatzijde) op scheuren en verzakkingen; soms aangevuld met lintvoegmetingen.
- Funderingsinspectie: graven van inspectieputten, vaststellen van funderingstype en beoordelen van metselwerk, hardheid van stenen en scheurvorming.
- Gericht onderzoek op de zachte schil: beoordeling van aantasting van houten palen, kespen en langshout.
- Aanvullende onderzoeken: onderzoek naar grondwaterstanden, lintvoegwaterpassing, proefbelasting en trillingsonderzoek/metingen.
Details bij een houten paalfundering
- Hardheidsmeting: met een inslaghamer (slaghamer, schiethamer; bijvoorbeeld typen van De Specht of Pylodin) wordt met een bepaalde snelheid in het hout "geprikt"; de diepte van de meetpen geeft een indicatie van aantasting.
- Fotodocumentatie: foto's van de fundering ter vastlegging van de toestand.
- Houtonderzoek: nemen van houtmonsters die in een laboratorium worden onderzocht op houtsoort en mate van aantasting.
- Kwaliteitsindeling: op basis van resultaten wordt de fundering in een kwaliteitsklasse ingedeeld:
- Klasse I: goed; binnen 25 jaar nauwelijks scheurvorming of scheefstand te verwachten; fundering geschikt voor langer dan 25 jaar.
- Klasse II: redelijk tot matig; binnen 25 jaar zijn zettingsverschillen te verwachten die geen echte schade veroorzaken; advies om de fundering niet extra te belasten (bv. door een extra verdieping).
- Klasse III: slecht; binnen 25 jaar worden zettingsverschillen verwacht die leiden tot schade aan het casco; advies om de fundering te herstellen.
Risico op slecht draagvermogen bij paalfundering
- Twee risicovolle situaties (KCAF): wanneer een fundering op staal niet reikt tot de draagkrachtige laag, en wanneer een fundering op kleef niet reikt tot de draagkrachtige laag.
- Andere risicofactoren: onvoldoende draagkrachtige vaste laag (bijvoorbeeld te veel klei of veen) of sterke variatie in diepte van de draagkrachtige laag.
- Opmerkingen:
- De meeste funderingsproblemen doen zich voor bij houten palen zonder betonnen paalkop of met een te korte paalkop, vaak door aantasting van de paalkop.
- Bij bouwen op staal is de situatie meestal relatief snel vast te stellen.
- Bij paalfunderingen is het zelden mogelijk op eenvoudige, goedkope wijze te controleren of de fundering voldoet; vaak wijzen bekende problemen in de omgeving op risico's.
- Omgevingswijzigingen zoals een te lage grondwaterstand, nieuwe riolering die te laag ligt of het dichten van eerder lekkende afvoer kunnen ervoor zorgen dat paalkoppen droog komen te staan en extra risico geven.