Gebrandschilderd glas
Gebrandschilderd glas is glas waarop metaaloxiden als verf zijn aangebracht en door verhitting in het oppervlak zijn ingebrand voor plaatselijke kleur en voorstelling.
Betekenis
Gebrandschilderd glas ontstaat wanneer glasverf (metaaloxiden in een medium) op blank glas wordt aangebracht en vervolgens in een oven ingebrand; de pigmenten zakken in het verzachte glasoppervlak en smelten ermee samen. Door deze inbranding krijgt het glas plaatselijke kleur en kan men afbeeldingen, teksten of tekeningen vormen. Het verschijnsel wordt ook wel "schilderen met licht" genoemd omdat de beleving van het werk sterk afhankelijk is van doorvallend licht.
Toepassing
Gebrandschilderd glas komt voor in zowel religieuze als profane toepassingen.
- Glas-in-lood-panelen in ramen van kerken en andere belangrijke gebouwen.
- Ramen geplaatst tussen maaswerk (tracering) in natuurstenen muuropeningen.
- Decoratieve en kunstzinnige panelen in moderne en historische gebouwen.
- Plaatsing vaak met de gebrandschilderde zijde aan de binnenzijde van het venster.
Aandachtspunten
- Temperatuur: inbranden gebeurt bij ongeveer 600–620 °C.
- Afkoeling: de oven moet geleidelijk worden afgekoeld om ongelijkmatige stolling, "hobbels" of breuk door spanningen te vermijden.
- Materiaal: glasverf bestaat uit metaaloxiden in een medium van azijn en gom.
- Techniek: kleuren kunnen ontstaan door verf in te branden of door stukjes gekleurd glas op blank glas te plaatsen.
- Licht: rekening houden met intensiteit van kleuren (lichtdoorval), plaatsing in het gebouw (hoog/laag) en invallend licht uit naburige ramen.
- Oriëntatie: bij vensters is de gebrandschilderde zijde doorgaans de binnenzijde om blootstelling aan regen te vermijden; uitzonderlijk is buitenzijde extra geschilderd.
Uitvoering / werkwijze
- Aanbrengen: met glasverf (brandverf) worden afbeeldingen of vlakken op blank glas geschilderd; pigmenten kunnen gedeeltelijk over elkaar worden aangebracht om kleuren in elkaar te laten vloeien.
- Inbranden: na droging wordt de glazen plaat in een oven geplaatst; door de hoge temperatuur verzacht het glasoppervlak en zakt de verf erin zodat deze ermee samensmelt.
- Nabewerking: na de inbranding is gecontroleerde, geleidelijke afkoeling noodzakelijk om spanningsverschillen en breuk te voorkomen.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Glasverf / brandverf: metaaloxiden in een medium van azijn en gom.
- Kleurstoffen: voorbeelden van metaaloxiden zijn kobalt, koper en mangaan.
- Alternatieve kleurmethode: kleuren verkrijgen door stukjes gekleurd glas op het blanke glas te leggen vóór inbranden.
Historiek en voorbeelden
- Middeleeuwen: veel toegepast in kerkramen en ramen van belangrijke gebouwen; toen waren voorstellingen vaak opgebouwd uit kleinere stukken glas vanwege beperkte glasoppervlakken.
- Maaswerk: gebrandschilderd glas werd vaak toegepast tussen de smalle natuurstenen banen van traceringen, waarbij de voorstelling soms werd onderbroken en het geheel donkerder kon lijken.
- Glas-in-lood: in deze panelen vormen loden reepjes vaak contouren van onderwerpen en verduidelijken zo de voorstelling.
- Voorbeelden uit Amsterdam: Oude Kerk (16e en 17e eeuw, onder andere Dirck Crabeth en Jan van Bronckhorst), Nieuwe Kerk (17e eeuw, Cornelis Jansz Sparreboom) en Beurs (20e eeuw, A. J. Der Kinderen).