Dordtse gevel
Een Dordtse gevel is een geveltype met dubbele metselbogen boven de eerste verdieping en een daardoor naar voren overkragende bovenverdieping.
Betekenis
Een Dordtse gevel is een karakteristieke gevelvorm waarbij boven de vensters van de eerste verdieping dubbele metselbogen zijn aangebracht en het metselwerk erboven als overkraging naar voren komt. Het geheel vormt vaak een stevige, rijk gedecoreerde gevel met geïntegreerde vensters en typische details zoals lisenen, colonnetten en kraagstenen.
Toepassing
De Dordtse gevel komt vooral voor in Dordrecht en enkele plaatsen in de Hollandse delta en het rivierengebied; gevels met vergelijkbare kenmerken worden daar eveneens zo aangeduid.
- Voorkomend bij historische stadshuizen en proefgevels voor metselaars.
- In sommige panden toegepast op zowel de eerste verdieping als de zolderverdieping (met metselbogen of "wenkbrauwen").
- Soms gebruikt als praktijkvoorbeeld bij meesterproeven voor metselaars.
Aandachtspunten
- Niet alle gevels die als "Dordts" worden aangeduid bezitten alle essentiële kenmerken; afbakening berust op aanwezigheid van de primaire kenmerken.
- Overkragende delen beïnvloeden de rooilijn: het metselwerk boven de bogen steekt naar voren ("op vlucht").
- Bij restauratie kunnen oorspronkelijk onzichtbare muurankers (blindankers) vervangen worden door zichtbare exemplaren.
- Rijke decoratie en stevigheid vragen aandacht voor behoud en passend herstel van detailwerk zoals kraagstenen en colonnetten.
Primaire kenmerken
- gemetselde trapgevel.
- bovenverdieping komt naar voren (overkragende verdieping vanaf de rondbogen op de eerste verdieping).
- dubbel geprofileerde bogen boven de vensters van de eerste verdieping.
- binnenbogen lopen door in de neggen.
- buitenbogen rusten via lisenen op colonnetten en kraagstenen ("kopjes").
Karakteristieken
- metselverband vaak kruisverband.
- trapgevel die soms later is aangepast naar een tuitgevel.
- bogen boven vensters op eerste en vaak ook zolderverdieping, vaak in meerdere steenlagen uitgevoerd.
- integratie van metselwerkbogen en overkraging tot één samenhangend beeld.
- driepas in het boogveld tussen venster en bovenzijde boog (vaak in baksteen, met toten).
- geprofileerde negge met neggestenen die vaak twee stenen hoog zijn en soms een jaartal dragen.
- frijnslag in geprofileerde delen (smalle inkervingen).
- korfboog boven het venster op de tweede verdieping (veld meestal in baksteen of metselmozaïek).
- buitenbogen die naar onder doorlopen in korte pilasters en consoles.
- waterlijsten (cordonbanden) bestaande uit geprofileerde stenen met frijnslag.
- toppilaster en bijbehorende kraagsteen (soms met cartouche of jaartal).
- muurankers vaak in de vorm van blindankers; decoratiegraad varieert met ouderdom.
- "kopjes" als consoles of kraagstenen onder boogeinden en in waterlijsten, vaak met kapiteelmotieven.
Voordelen
- diende als meesterproef voor metselaars vanwege de complexiteit van gevelopbouw en detaillering.
- voegt extra versiering en daarmee statuswaarde toe aan panden.
- overkraging vermijdt directe inwerking van hemelwater op het kozijnhout.
- overdimensionering van het metselwerk kan bijdragen aan een stevige constructie.