Gevelisolatie aan de binnenzijde

Gevelisolatie aan de binnenzijde is na‑isolatie waarbij een binnenvoorzetwand of paneel tegen de binnenzijde van de gevel wordt geplaatst.

Betekenis

Gevelisolatie aan de binnenzijde is een vorm van na‑isolatie waarbij isolatie achter een voorzetwand tegen de binnenzijde van de gevel wordt aangebracht. Daardoor blijft de buitenzijde van de gevel onaangetast en ontstaat doorgaans een extra luchtspouw tussen de bestaande muur en de isolatie.

Toepassing

Wordt toegepast wanneer isolatie na oplevering gewenst is en aanbod van buitenzijde beperkt of onmogelijk is.

  • Bij woningen met ongeïsoleerde of slecht geïsoleerde spouwmuren of bij steensmuren.
  • Wanneer de buitenzijde niet gewijzigd mag of kan worden (monument, beschermd stadsgezicht, aaneengesloten bebouwing, directe grens met openbaar domein).
  • Als alternatief wanneer buren niet mee willen werken aan buitenisolatie of bij rijtjeshuizen en twee‑onder‑één‑kap.

Aandachtspunten

  • Bewoners zullen meestal niet in de woning kunnen blijven tijdens de verbouwing; tijdelijke huisvesting is vaak nodig.
  • Risico op inwendige condensatie indien de koude tot aan de isolatielaag aan de kamerzijde reikt; dampopen constructies verkleinen dat risico.
  • Leefruimte neemt af door de extra wand en eventuele luchtspouw (ongeveer 8–16 cm, afhankelijk van systeem en gewenste isolatiewaarde).
  • Rekening houden met elektra, lichtpunten, cv‑radiatoren, dagkanten en vensterbanken; leidingen en afwerkingen moeten vaak worden verplaatst of aangepast.
  • Kies een relatief lichte wandopbouw om oude houten vloeren niet excessief te belasten.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Houtskelet‑constructie met stijlen, minerale wol en gipsplaten.
  • Regelwerk met multifolie en gipsplaten.
  • Fabrieksmatig geïsoleerde voorzetwanden (panelen) die in één element worden aangebracht.
  • PIF: meerlagen noppenfolie gescheiden door aluminiumfolie met een lambda < 0,022 W/(m·K); afwerken met een luchtspouw van minimaal 20 mm en een voorzetwand bijvoorbeeld van gips.
  • Kooltherm K17 (resol hardschuim met vezelvrije kern, glasvlies cachering aan één zijde en gesloten aluminiumfolie aan de andere zijde) gecombineerd met gipskartonplaat.
  • W’all‑in‑One‑achtige systemen: samengestelde voorzetwanden met PIR‑isolatie en dampremmer beschikbaar in verschillende diktes en montagevarianten (met luchtspouw, vaste of vrijstaande constructie).

Uitvoering

  • Meestal wordt een voorzetwand gemonteerd tegen de bestaande binnenmuur; dit kan in fasen per kamer of verdieping worden uitgevoerd.
  • Bij steensmuren of spouwloze muren verdient een kleine luchtspouw de voorkeur en bij voorkeur een dampopen constructie om vochtproblematiek te beperken.
  • Afwerking bestaat doorgaans uit gipsplaten; dikte en type plaat beïnvloeden de totale wanddikte en verwerkingswijze.

Afmetingen / prestaties

  • Voorbeelden van totaaldiktes en richtwaarden: een W’all‑in‑One PG90‑opbouw met spouw 20 mm en gipsplaat 9,5 mm heeft een totaaldikte van circa 90 mm (voor een Rc ≈ 4,0 volgens fabrikantaanduidingen).
  • Kooltherm K17 70/12,5 mm met spouw 20 mm en 12,5 mm gipsplaat geeft een totaaldikte van circa 103 mm; bij 9,5 mm gipsplaat is dat circa 100 mm (voor een Rc ≈ 4,0 volgens fabrikantaanduidingen).
  • PIF vraagt om een afwerking met een minimale luchtspouw van 20 mm.

Vergelijking met andere na‑isolatiemethoden

  • Behoudt meestal de spouw en tast de buitengevel niet aan, in tegenstelling tot buitenisolatie.
  • Kan betere isolatiewaarden opleveren dan het vullen van een lege spouw wanneer hoogwaardige isolatieplaten worden toegepast.
  • Is vaak duurder en technisch lastiger dan spouwvulling of buitenisolatie en heeft meer impact op het interieur.