Na-isolatie

Na-isolatie is het achteraf aanbrengen van thermische isolatie aan daken, gevels of vloeren van bestaande gebouwen.

Betekenis

Na-isolatie is het toevoegen van isolatiemateriaal aan bestaande onderdelen van een gebouw om het warmteverlies te verminderen. Daardoor vermindert het energieverbruik, nemen koudebruggen en condensvorming af en verbetert het wooncomfort en vaak ook de verkoopwaarde van de woning.

Toepassing

Na-isolatie wordt toegepast aan verschillende delen van de gebouwschil.

  • Isoleren van daken, bijvoorbeeld bij slecht geïsoleerde zolders of hellende daken.
  • Isoleren van buitenmuren via binnenisolatie, buitenisolatie of het opvullen van een spouw.
  • Isoleren van vloeren, met aandacht voor de aanwezigheid en hoogte van een kruipruimte.
  • Overwegen van ongewijzigde isolatie wanneer zolders of ruimtes niet of nauwelijks gebruikt worden.

Aandachtspunten

  • Onderzoeken welke delen het meest rendabel of noodzakelijk zijn om na te isoleren.
  • Afwegen of na-isolatie van binnenuit of van buitenaf het beste resultaat geeft.
  • Rekening houden met dak- en muuropeningen: de gebouwschil wordt dikker en detailafwerking kan lastiger worden.
  • Afstemmen met buren bij rijtjeshuizen en gebruik van onbrandbaar of moeilijk brandbaar isolatiemateriaal om brandoverslag via de isolatie te vermijden.
  • Voor vloerisolatie: bij afwezigheid of te lage kruipruimte is isolatie alleen van bovenaf mogelijk.

Na-isolatie van gevels

Na-isolatie van buitenmuren kan globaal op drie manieren plaatsvinden:

  • Isolatie aan de binnenzijde van de woning (gevelisolatie binnenzijde).
  • Isolatie aan de buitenzijde van de woning (gevelisolatie buitenzijde).
  • Isolatie in de luchtspouw van de spouwmuur (spouwmuurisolatie), indien een spouw aanwezig is.

Voor alle methoden gevelisolatie gelden de volgende aandachtspunten:

  • Buitenmuur zo dampopen mogelijk houden zodat vocht uit de gevel naar buiten kan verdampen.
  • Bepaalde steensoorten (bijv. geglazuurde of zeer harde stenen) kunnen vocht niet voldoende afvoeren, waardoor vorstschade kan optreden.
  • Buitenblad mag niet behandeld zijn met een niet-dampdoorlatend middel; een dampdichte behandeling verhindert vochtafvoer en maakt na-isolatie ongeschikt.
  • Voegwerk moet in goede staat zijn om indringend vocht te beperken.
  • Wanneer ramen goed geïsoleerd zijn, kan bij ongeïsoleerde muren condensatie optreden op relatief koude binnenmuren.
  • Na-isolatie verhoogt vaak de luchtdichtheid van de woning; daardoor moet de ventilatie mogelijk worden verbeterd om condensatie te voorkomen.
  • Ventilatieroosters in muren onder de begane-grondvloer mogen niet dicht komen te zitten met isolatiemateriaal; kruipkelderventilatie moet behouden blijven.
  • Onvoldoende geïsoleerde delen zoals kozijnen en beglazing kunnen als koudebruggen fungeren en lokaal condensatie en schimmelvorming veroorzaken.
  • Bij na-isolatie aan de binnenzijde kunnen extra kosten ontstaan voor het verplaatsen of aanpassen van elektra en afwerkingen.
  • Qua isolatiegraad is het streven dat de Rc van de muur groter is dan die van de beglazing en dat de Rc van het kozijn groter is dan die van de beglazing om condensatie te beperken.

Na-isolatie van dak en vloer

  • Dakna-isolatie levert doorgaans duidelijke energiebesparing en verbetert wooncomfort door minder koude en vocht.
  • Voor vloerisolatie geldt dat bij afwezige of te lage kruipruimte isolatie slechts van de bovenzijde mogelijk is; dit beperkt de uitvoeringsopties.