Gewapend metselwerk

Gewapend metselwerk is metselwerk waarin in de lintvoegen wapening is opgenomen om scheuren en extra belastingen te beperken.

Betekenis

Gewapend metselwerk is metselwerk waarbij in de horizontale (lint)voegen wapening is opgenomen. De wapening verhoogt de samenhang en weerstand van het metselwerk en beperkt scheurvorming en schade bij extra belastingen of seismische belasting. Ductiliteit is waarschijnlijk de belangrijkste vereiste voor alle gewapend metselwerk met een constructieve functie; ductiliteit is het vermogen van een materiaal om zeer grote vervormingen te ondergaan zonder dat breuk optreedt.

Toepassing

Gewapend metselwerk wordt toegepast wanneer extra stevigheid of scheurbeperking nodig is, zowel preventief als voor herstel.

  • Beperken van scheuren en het beperken van aardbevingsschade.
  • Versterken bij metselverbanden met weinig constructief verband (bijv. tegelverband of stapelverband).
  • Opvangen van plaatselijke belasting (windbelasting, belasting van dwars op het metselwerk gelegen stalen bint).
  • Versterken van borstweringen, muren met muurdeksels en bij claustra‑verband.
  • Maken van een latei (selfdragende metselwerklatei).
  • Herstel van bestaand metselwerk met spiraalvormige ankers of roosters.

Aandachtspunten

  • Plaatsing: wapening wordt in het midden van de metsellaag gelegd met minimaal 15 mm morteldekking tussen de langsdraad en de buitenzijde van de voeg.
  • Volgorde: mortar aanbrengen en wapening plaatsen óf wapening leggen en vervolgens de mortellaag aanbrengen.
  • Ductiliteit: zorg voor materialen en detailleringen die vervorming zonder breuk toelaten bij constructieve toepassingen.
  • Dilataties: wapening moet bij dilatatievoegen doorgeknipt of afgewerkt worden met een dilatatiesleutel/dilatatieanker (glijanker) om ongewenste krachten te voorkomen.
  • Verbindingen: benen van een T‑verbinding niet in hetzelfde vlak leggen maar bijvoorbeeld een laag lager of hoger om knik- en overlappingproblemen te vermijden.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Maas van staaldraden gecombineerd met een weefsel van glasvezelkoord (bijv. Murfor Compact E met meerdere dunne staalkabels).
  • Twee staaldraden met een zigzag staaldraad ertussen, soms los bevestigd met een grote kram in de stoorvoeg voor bewegingsvrijheid.
  • Rooster van strekmetaal (gebruikelijk bij herstelwerkzaamheden; ook aangeduid als macromesh).
  • Inbrengen van een spiraalvormige staaf (spiraalanker, ook wel "wokkel") voor plaatselijke reparaties of herstel (bijv. Helifix).
  • Speciale uitvoeringen met afstandshouders (bijv. Fisufor 3D) die zorgen dat de wapening verticaal in het midden van de lintvoeg ligt.

Werkwijze

  • Zorg dat de wapening centraal in de lintvoeg ligt; gebruik afstandshouders indien aanwezig.
  • Houd minimaal 15 mm morteldekking tussen de langsdraad en de buitenzijde van de voeg aan.
  • Leg wapening doorlopende waar gewenst, maar onderbreek of detailleer bij dilatatievoegen.
  • Leg wapening bij aansluitingen en hoeken zodanig dat verbindingen (zoals T‑verbindingen) geen vlakke overlappingen krijgen maar laagverspringing toepassen.

Eisen / regelgeving

  • Sommige producten (bijv. Fisufor 3D met afstandhouder) voldoen aan de Eurocode‑eisen voor wapening in metselwerk; de gekozen uitvoering moet conform toepasselijke constructieve eisen en productverklaringen worden toegepast.

Latei van gewapend metselwerk

  • Gewapend metselwerk kan dienen als latei (een zelfdragende metselwerklatei).
  • Wapening kan verder gelegd worden dan de dagmaat van een opening om draagkracht en overspanning te verbeteren.