Glas

Glas is een hard, meestal doorzichtig materiaal, geproduceerd uit gesmolten zand, kalk en soda bij circa 1300°C.

Betekenis

Glas is een hard, doorgaans doorzichtig materiaal dat bij hoge temperatuur uit gesmolten zand, kalk en soda wordt vervaardigd. Door de opbouw van het basismateriaal silicium treedt bij afkoeling geen kristallisatie op, waardoor het materiaal glasachtig blijft; de doorzichtigheid hangt samen met die molecuulstructuur.

Toepassing

Glas wordt op uiteenlopende wijze toegepast in bouw en industrie.

  • Voor ruiten in ramen en deuren.
  • Voor tafels en andere meubeltoepassingen.
  • Als lichtopening in gebouwen en als bescherming tegen weersinvloeden.
  • Voor spiegels en reflecterende toepassingen.
  • Voor structurele of specifieke bouwkundige toepassingen (constructief glas).

Aandachtspunten

  • Productie vereist hoge temperatuur; glas wordt bij circa 1300°C gefabriceerd uit gesmolten grondstoffen.
  • Floatglas heeft twee verschillende zijden: de tin-kant ("bottom face") verschilt van de lucht-kant in gladheid en zeembaarheid.
  • Veiligheids- en isolatie-eigenschappen variëren sterk tussen glastypen (bijvoorbeeld gehard, gelaagd, HR++-glas).
  • Dikte en fabricagemethode beïnvloeden toepassing: dun glas (0,4–2,0 mm) is bedoeld voor specifieke industriële toepassingen.

Soorten glas

  • Brandwerend glas: gelaagd glas met blanke tussenlagen die opzwellen bij vuurbelasting.
  • Craquelé-glas: gelaagd glas waarvan de middelste ruit is stukgeslagen maar opgesloten blijft tussen de andere ruiten.
  • Draadglas: glas met metalen draden als wapening in een meestal vierkant rasterpatroon.
  • Dun glas: glas met een dikte tussen 0,4 mm en 2,0 mm, vervaardigd via het float- of trekproces, bedoeld voor geavanceerde industriële toepassingen.
  • Figuurglas: glas met een patroon dat ontstaat door het tussen twee walsen te laten glijden, waarvan één een decoratief patroon heeft.
  • Floatglas (vlakglas, vensterglas): glas geproduceerd door gesmolten glas over een bad gesmolten tin te laten lopen en langzaam te laten afkoelen, waardoor een vlakke glasplaat ontstaat; kan blank of gekleurd zijn en voorzien worden van isolerende coatings.
  • Gehard (thermisch bewerkt) glas / veiligheidsglas: glas dat door thermische of chemische behandeling sterker wordt gemaakt.
  • Gelaagd glas: veiligheidsglas bestaande uit twee of meer glasplaten verbonden met één of meerdere blanke of gekleurde plastic tussenlagen.
  • Hoog-rendement glas (isolatieglas HR++): warmte-isolerend glas met een uiterst dunne, onzichtbare metaalcoating voor verbeterde thermische isolatie.
  • Melkglas: doorschijnend glas ondoorzichtig gemaakt door toevoeging van beenderas (Ca3PO4), tinoxide (SnO2) of calciumfluoride (CaF2).
  • Spiegelglas / verzilverd glas: glas dat reflecterend wordt gemaakt door aan één zijde een zilver- of reflecterende laag aan te brengen.
  • Constructief glas: glas dat dragend wordt toegepast of voor specifieke constructieve of bouwkundige toepassingen (zeer breed, zeer lang, gebogen, enz.).

Productie

  • Glasmassa ontstaat door bij hoge temperatuur (ongeveer 1300°C) zand, kalk en soda te smelten.
  • Floatproductie: gesmolten glas wordt over een bad vloeibaar tin geleid en vervolgens langzaam afgekoeld om een vlakke plaat te vormen; deze methode werd in 1959 ontwikkeld door Pilkinton Brothers.
  • Floatglas kan worden voorzien van isolerende coatings voor bescherming tegen warmteverlies of koude; de zijde die op het tin lag heeft andere oppervlakte-eigenschappen dan de luchtzijde.