Hypocaustum

Een hypocaustum is een in Romeinse gebouwen gebruikte verwarming waarin hete lucht onder de vloer circuleert.

Betekenis

Een hypocaustum is een ruimte in een Romeins huis of badgebouw waarin warmte wordt verspreid door hete lucht die onder een verhoogde vloer stroomt. Het systeem verwarmt de vloer en draagt vaak ook bij aan wandverwarming.

Toepassing

Het hypocaustum werd toegepast als vloerverwarming en in badgebouwen.

  • Verwarmen van vertrekken in Romeinse huizen.
  • Verwarming van thermen (Romeinse badgebouwen).
  • Combinatie met wandverwarming om muren en binnenruimten te verwarmen.

Aandachtspunten

  • Vloeren rusten op stenen pijlers (pilae) waardoor een holle kruipruimte ontstaat waar de warme lucht doorstroomt.
  • De kruipruimte had een hoogte van ongeveer 1 m en werd gevoed vanuit een aparte vuurruimte, het praefurnium.
  • Brandstof was meestal hout; houtskool werd soms gebruikt omdat daarvan minder nodig is en er minder rook van vrijkomt.
  • Wanden konden hol zijn of voorzien van buistegels (tubuli) om warme lucht naar boven te voeren; wandtegels waren vaak ca. 8 cm dik met een luchtspouw van circa 6 cm.
  • Afwerkingsmaterialen voor vloeren of wanden omvatten mortelvloeren, cocciopesto (opus signinum) en tegelstukjes in een soort cement (terrazzo); wanden werden soms geschilderd of met marmertegels bekleed.

Uitvoering

Vloer

  • De te verwarmen vloer rustte op pijlers (pilae) die vaak uit gestapelde tegels (bessales) van circa 20×20 cm bestonden; er kwamen ook pijlers in andere vormen voor, zoals achthoekig, rond of van hol aardewerk.
  • Grote vloerstenen (bipedales) werden gebruikt onder en boven de pijlers; een bipedalis was ongeveer 2 bij 2 voet (~60×60 cm) met een dikte van circa 5 cm.
  • Als toplaag bestond de vloer uit een afgewerkte mortelvloer; een voorbeeldopbouw vermeldt een 100 mm laag grind op verdichte aarde, gevolgd door een laag grotere stenen, daarna een 150 mm laag grind gemengd in kalkmortel en afgewerkt met een polijstmiddel.

Wandverwarming

  • Twee bouwmethoden waren gangbaar: platte tegels met afstandhouders en holle buistegels.
  • Bij de platte-tegelmethode werden tegels met noppen (tegulae mammatae) of met keramische "haken" (tegulae hamatae) gebruikt; deze tegels werden met nagels aan de wand bevestigd, via uitsteeksels (vier nagels per tegel) of via inkepingen zodat één T-vormige nagel twee tegels vastzet (twee nagels per tegel).
  • Vanaf circa 100 na Chr. werden holle buistegels (tubuli) veel toegepast; deze hadden openingen zijkants en bovenaan een verzamelkanaal zodat warme lucht kon doorstromen.

Onderdelen

  • Praefurnium: aparte kleine ruimte waarin werd gestookt om de hete lucht te leveren.
  • Kruipruimte: holle ruimte onder de vloer, ca. 1 m hoog, waar de hete lucht circuleerde.
  • Pilae: pijlers waarop de vloer rustte; uitgevoerd in gestapelde tegels of andere vormen.
  • Bipedales: grote vierkante stenen gebruikt boven en onder pijlers (~60×60 cm, ~5 cm dik).
  • Tubuli / tubulus: holle buistegels voor wandverwarming, met zijopeningen en een bovenaan verzamelkanaal.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Pijlers: gestapelde tegels (bessales) van circa 20×20 cm; ook ronde of holle keramische pijlers.
  • Vloerafwerking: mortelvloeren, cocciopesto (opus signinum), tegelstukjes in cement (terrazzo).
  • Wandafwerking: geschilderd pleisterwerk of marmeren tegels.
  • Brandstof: voornamelijk hout; soms houtskool.

Afmetingen / voorbeelden

  • Lateres sesquipedales ("baksteen anderhalve voet"): ongeveer 45×45 cm.
  • Bipedalis: circa 2 bij 2 voet (~60×60 cm), dikte circa 5 cm.
  • Pijlertegels (bessales): ongeveer 20×20 cm.
  • Holle wandtegels: totale dikte ca. 8 cm met circa 6 cm luchtspouw.
  • Een grote tubulus werd beschreven als circa 20 cm lang, 150 cm breed en 8 cm dik.

Werking / principe

  • De oven (praefurnium) leverde hete lucht die via openingen de kruipruimte onder de verhoogde vloer instroomde. De vloerconstructie op pijlers liet de warme lucht vrij circuleren zodat zowel vloer als wanden werden verwarmd. Voor wandverwarming werd die lucht geleid via holle wanden of buistegels (tubuli) naar boven, waarbij een bovenaan geplaatst verzamelkanaal de doorstroming voortzette.