Joppen

Joppen is een natuursteenbewerking waarbij randen met een jop en moker grof worden behakt voor een ruw, bruut oppervlak.

Betekenis

Joppen is een handmatige bewerking van natuursteen waarbij de randen van een blok met een jop (steenbeitel) en een moker grof worden behakt. Het resultaat is een zeer ruw of "bruut" oppervlak en een blok dat globaal de juiste maat krijgt; na het joppen wordt het overtollige materiaal afgeslagen met een brede beitel op een afgetekende lijn.

Toepassing

Joppen wordt toegepast om een natuursteenblok snel grofweg op maat te brengen.

  • Grof op maat brengen van natuursteenblokken.
  • Voorbereiden van een snijlijn of aftekenlijn voor het afslaan.
  • Creëren van een ruwe, "bruut" afgewerkte rand.

Aandachtspunten

  • Gebruik een geschikte jop en moker om controle over de beitelhakken te behouden.
  • Sluit het joppen af met het afslaan van het overtollige materiaal met een brede beitel langs een afgetekende lijn.
  • Verwacht een zeer ruw oppervlak; joppen is geen eindafwerking maar een grove bewerking.
  • De techniek is vanouds bedoeld om snel een blok grofweg de juiste maat te geven.

Onderdelen

  • Jop: een steenhouwersbeitel die bij het joppen wordt gebruikt; uitvoering 2–6 cm breed met een iets schuine onderzijde van 4 mm.
  • Moker: hamerachtig werktuig gebruikt om de jop aan te drijven (geen afmetingen gespecificeerd).
  • Brede beitel: gebruikt om na het joppen het stuk langs een afgetekende lijn af te slaan.

Naam en etymologie

  • De term is afgeleid van de "jop", de steenbeitel die bij het joppen wordt gebruikt.
  • Het woord "bruut" in de context van het oppervlak komt van het Franse brut (ruw) of mogelijk van het Latijnse brutus (zwaar, lomp).