Kammen

Kammen is het trekken van regelmatige, smalle groeven in natte mortel, specie of lijm voor afwerking of verlijming.

Betekenis

Kammen of kamwerk is het aanbrengen van smalle, regelmatige groeven in natte mortel, specie of lijm; de afstand tussen de groeven kan bijvoorbeeld 3 mm zijn. Gekamd stucwerk heeft uiterlijk trekken die lijken op regelmatig frijnwerk en wordt ook toegepast als ondergrond voor verlijming van tegels. Buiten wordt bij kamwerk vaak gekozen voor verticale groeven omdat horizontale groeven snel vervuilen.

Toepassing

Kammen wordt toegepast bij afwerking en verlijming.

  • Creëren van een opgeruwde toplaag in stucwerk of pleisterlagen voor decoratie of hechting.
  • Voorbereiden van lijm-/specielaag bij het verlijmen van tegels.
  • Imitatie van natuursteen (vergelijkbaar met frijnwerk) in afwerktechnieken.

Aandachtspunten

  • Maak buiten bij voorkeur verticale groeven om snelle vervuiling van horizontale groeven te vermijden.
  • Gebruik een rechte lat of vergelijkbaar hulpmiddel om de kam te geleiden en golvende groeven te voorkomen.
  • Vermijd draaibewegingen met de lijmkam om het insluiten van lucht tussen ondergrond en tegel te beperken.
  • Stem de vertanding van de kam af op tegelgrootte, oneffenheden en absorptievermogen van de tegel; bij twijfel kiezen voor grotere vertanding.
  • Let op aansluitingen tussen kambanen en tussen verschillende zijden van het object; deze vergen speciale aandacht.
  • Breng niet te veel lijm/specie in één keer aan vanwege droogtijd en werkbaarheid; zorg dat er zo weinig mogelijk lijm/specie door de voegen verschijnt.
  • Bij grotere tegels: dubbel verlijmen (buttering & floating) toepassen en ervoor zorgen dat de lijmrillen van ondergrond en tegel in dezelfde richting liggen; plaatsing gebeurt met een heen- en weerbeweging loodrecht op de lijmrillen.
  • Streef naar hoog contactpercentage tussen tegel en lijm (100% ideaal, ca. 80% is vaak voldoende).

Uitvoering

  • Bepaal vorm, diepte en breedte van de groeven op basis van de gewenste tanden en tussenafstand van de kam.
  • Maak of koop een kam met regelmatige openingen; een metalen kam (bijv. zink) kan worden gefreesd en voorzien van een houten slee voor beter houvast.
  • Breng geschikte mortel of lijm op de ondergrond aan en laat deze ietsje indrogen; bij stucwerk kan een raaplaag of extra egalisatielaag nodig zijn.
  • Vorm met de kam de groeven in de toplaag; de dikte van de te kammen toplaag kan ca. 3 mm zijn, afhankelijk van gewenste groefdiepte.
  • Houd rekening met oppervlaktype (vlak, gebogen, golvend) en pas het kamtype en de vertanding aan.
  • Plaats tegels met een enigszins schuivende beweging en druk van het midden naar de randen om lijmrillen plat te drukken en luchtinsluiting te beperken; gebruik bij grotere tegels eventueel een zuignapgreep.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Kammen worden gemaakt met een lijmkam met regelmatige tanden; materialen kunnen metalen bladen (bijv. zink) zijn en voorzien worden van een houten slee voor beter vasthouden.
  • Er bestaan lijmkammen met tanden onder een hoek van 45° ten opzichte van het blad, bedoeld voor constante lijmribbelvorming en minder belasting van de pols.
  • Verschillende kamtypen zijn nodig voor verschillende oppervlakken en tegeltypes; niet-vlakke tegels of ondergronden vereisen doorgaans een grotere vertanding.