Kortsluiting
Kortsluiting veroorzaakt abnormaal hoge stromen tussen geleiders, waardoor beveiligingsinrichtingen kunnen aanspreken en er brandgevaar ontstaat.
Betekenis
Kortsluiting is een toestand waarin stroom een onbedoeld pad met zeer lage weerstand volgt tussen geleiders, wat resulteert in hoge foutstromen. Deze hoge stromen kunnen smeltzekeringen of automatische schakelaars doen werken en leiden tot brandgevaar indien de nominale stroomwaarden niet afgestemd zijn op de doorsnede van de leiding.
Toepassing
Kortsluiting speelt een rol bij het ontwerp, de keuze en de controle van elektrische beveiligingen.
- Bij de keuze van smeltveiligheden en automatische schakelaars.
- Bij het bepalen van de maximale nominale stroom in relatie tot de doorsnede van geleiders.
- Bij het opsporen van fouten nadat een smeltzekering of automatische schakelaar heeft gewerkt.
Aandachtspunten
- Overbelasting of kortsluiting kunnen brand veroorzaken indien de nominale stroom van de smeltzekering of automatische schakelaar niet aangepast is aan de doorsnede van de leiding.
- Als een smeltzekering of automatische schakelaar heeft gewerkt, moet de oorzaak van de kortsluiting worden gezocht.
- Vermogenschakelaars (uitgezonderd penautomaten) moeten voorzien zijn van de aangegeven markering.
Afmetingen / doorsneden
Maximale nominale stromen van smeltveiligheden en automatische schakelaars moeten rekening houden met de doorsnede van de geleiders; uit de beschikbare gegevens:
- Doorsnede 1,5 mm²: nominale stroom smeltveiligheid: 10 A; nominale stroom automatische schakelaar: 16 A.
- Doorsnede 2,5 mm²: nominale stroom smeltveiligheid: 16 A.