Koud dak
Een koud dak heeft de isolatie aan de binnenzijde van de dragende constructie, met de dakbedekking direct op het draagvlak.
Betekenis
Een koud dak is een dakconstructie waarbij de isolatie aan de onderzijde van de dragende constructie is aangebracht, terwijl de waterkerende laag (dakbedekking) direct op de dragende constructie ligt. Daardoor bevindt de dragende constructie zich aan de koude zijde van de isolatie. Zulke constructies zijn doorgaans geventileerd maar worden bouwfysisch afgeraden wegens condensatiegevaar en het risico op rotten van het dakbeschot.
Toepassing
Een koud dak komt vooral voor in oudere bestaande bouw.
- Bij binnenisolatie van daken waar de isolatie tegen de onderzijde van het dakbeschot wordt geplaatst.
- Bij renovatie- en herstelwerkzaamheden waarbij binnenisolatie wordt toegepast.
- In situaties met pannendaken, stroplaten of platte koude daken waarbij de isolatielaag aan de binnenzijde ligt.
Aandachtspunten
- Plaats de dampremmende laag aan de warme zijde van de constructie, dus onder de isolatielaag.
- Zorg voor ventilatie tussen isolatielaag en dakbeschot; onvoldoende ventilatie vergroot het risico op condensatie.
- Maak de koude buitenzijde, waar mogelijk, dampopen en voorzie goede ventilatie onder de pannen; vervang aldus een dampremmende laag aan de koude zijde door een dampopen laag indien mogelijk.
- Wees voorzichtig bij ingrepen: onderbrekingen in de dampremmende laag (bijv. door leidingen) en beschadigingen verhogen het risico op vochtproblemen.
- Voer herstelwerkzaamheden zo uit dat er geen (regen)water in het niet-afgedekte koude dak kan binnendringen.
Verschil met warm en omgekeerd dak
Het onderscheid tussen koud en warm dak hangt af van de plaats van de isolatie ten opzichte van het dakbeschot: bij een koud dak ligt de isolatie aan de binnenzijde, bij een warm dak aan de buitenzijde van het dakbeschot. Een omgekeerd dak wordt onderscheiden doordat de isolatie juist bovenop de dakbedekking ligt (relatie tot de dakbedekking).
Isolatie en dampremming
- De dampremmende laag moet altijd aan de warme zijde van de constructie worden aangebracht, onder de isolatielaag.
- Onderbrekingen in de dampremmende laag (bijvoorbeeld door elektrische leidingen) zijn veelvoorkomende zwakke plekken.
- Waar mogelijk verdient de koude zijde een dampopen opbouw; een dampdichte laag aan de buitenzijde kan problemen verergeren tenzij voldoende ventilatie aanwezig is.
Isoleren van binnenuit
Isoleren van binnenuit bij een pannendak:
- Zorg dat de buitenzijde dampopen is en dat er voldoende ventilatie tussen dakbeschot en pannen bestaat; eventueel een dampopen folie tussen dakbeschot en pannen toepassen.
- Breng de binnenisolatie strak tegen het dakbeschot aan en plak naden af.
- Plaats een dampdichte folie aan de binnenzijde en plak de naden af zodat er van binnenuit geen vochtige lucht naar de isolatielaag kan komen.
Isoleren van binnenuit bij stroplaten e.d.:
- Worden de stroplaten niet verwijderd, dan mag de opbouw niet volledig worden afgesloten; gebruik geen dampremmers.
- Een praktijkaanpak bestaat uit het toepassen van stevigere steenwolplaten, strak op maat geplaatst en extra vastgezet, gevolgd door afwerking met gipsplaten; daarmee ontstaat een redelijk damp-open oplossing.
Isoleren van binnenuit bij een plat, koud dak:
- De dakbedekking van een plat dak maakt de buitenzijde dampdicht, waardoor het dakbeschot gevoelig is voor temperatuurschommelingen en daardoor kans op condensatie ontstaat.
- Extra isolatie moet bij of in plaats van de bestaande isolatielaag worden aangebracht.
- Bij het verhogen of aanpassen van de isolatielaag moet het bestaande plafond meestal worden verwijderd.
Isoleren van de buitenzijde (renovatie)
- Let op: isolatie aan de buitenzijde is praktisch alleen uitvoerbaar als het dak vrijstaand is of als alle buren meedoen; anders ontstaan zichtbare ongelijkmatige overgangen.
- Verwijder dakbedekking, panlatten en tengels.
- Breng op het kale dakbeschot een dampdichte folie aan.
- Zet speciale isolatieplaten vast met geschikte schroeven en bevestigingsmiddelen op het dakbeschot.
- Breng een dampopen folie aan op de isolatieplaten.
- Schroef tengels door de isolatieplaten heen en bevestig panlatten; plaats vervolgens de dakpannen.
Opmerkingen:
- Er bestaan speciale isolatieplaten die niet per se op het dakbeschot bevestigd hoeven te worden, maar rechtstreeks op gordingen of sporen kunnen worden geplaatst.