Monnik en non
Een combinatie van een bolle (monnik) en een holle dakpan, een oud type dakbedekking met sterk golvend patroon.
Betekenis
Monnik en non is de benaming voor een traditionele dakbedekking die bestaat uit afwisselend geplaatste bolle (monnik) en holle (non) dakpannen. De pannen lopen naar beneden enigszins taps toe; monniken kunnen aan de bovenzijde een lipje hebben om wegglijden van de bovenliggende pan te voorkomen, of de non kan inkepingen krijgen om te haken aan de eronder liggende non.
Toepassing
Monnik-en-nonpannen worden toegepast als dakbedekking waarbij een levendig, mediterraan uiterlijk gewenst is.
- Als traditionele dakbedekking met afwisselend holle en bolle pannen.
- Bij historische gebouwen en restauraties (voorbeeld: middeleeuwse daken).
- Als esthetische afwerking voor muren in bepaalde bouwstijlen (bijvoorbeeld halve keramische cilinders in de stijl van de Bossche School).
Aandachtspunten
- Afdekking gebeurt vaak door sluiting met cement en niet via zij- of kopsluiting.
- Niet zonder meer los te leggen; pannen overlappen sterk en vormen een soort dubbele dekking.
- Dakpatroon is door de ronde vormen sterk golvend; rekening houden met de uitstraling.
- Bevestigingsvormen variëren: lipjes, inkepingen of later toegevoegde neusjes en rustpuntjes voor ophanging en belending.
Kenmerken
- Hol en bol wisselen elkaar af.
- De bovenpan is halfcilindrisch of taps toelopend.
- Dakpatroon is sterk golvend.
- Uiterlijk: levendig, mediterraan.
- Sluiting vaak door cement; dubbele dekking doordat de pannen voor een groot deel over elkaar liggen.
- Niet eenvoudig los te leggen; vereist aangepaste bevestigingsmethoden.
- Latere uitvoeringen konden neusjes aan de onderpan hebben om aan een lat te hangen, en een klein horentje aan de bovenzijde van de bovenpan waar de pan bovenop rust.
Verschil met tegula en imbrex
Wanneer de onderste pan niet hol is maar vlak, spreekt men van het systeem tegula (platte onderpan) gecombineerd met imbrex (halve bovenpan) in plaats van monnik en non.