Plint

Een plint is een lage stootlijst of beschermlijst onderlangs een muur of wand.

Betekenis

Een plint is een lage stoot- of beschermlijst langs de onderzijde van een muur of wand die de rand tussen muur en vloer afwerkt en beschermt. De term heeft meerdere betekenissen: beganegrond van een gebouw (indien duidelijk verschillend van andere verdiepingen), lijstwerk aan de onderzijde van kastwerk, een voetplaat van een zuil of een stootlijst aan de gevel (gevelplint).

Toepassing

De plint wordt toegepast om de aansluiting muur‑vloer af te werken en te beschermen.

  • Verbergen van onvolmaakte aansluiting tussen muur en vloer.
  • Beschermen van de onderrand van de muur tegen stoten en vuil tijdens schoonmaken.
  • Gebruik in natte ruimten als uitvoering in tegel of hetzelfde kunstofgietmateriaal als de vloer.
  • Integratie van elektrische bedrading in een plintgoot.

Aandachtspunten

  • Materiaalkeuze afstemmen op situatie en interieur; bij mdf in vochtige muren is vochtwerend mdf of lak op achter- en onderzijde noodzakelijk.
  • Gevulde of voorgelakte plinten besparen schilderwerk; veel plinten zijn gegrond en voorgelakt, vaak in wit (RAL 9010).
  • Voor elektrische bedrading moet de plint voldoende ruimte aan de achterzijde hebben en eenvoudig te verwijderen en terug te plaatsen zijn.
  • Dikte van de plint kiezen om zwelnaden bij laminaat of parket te verbergen; rekening houden met deuropeningen en drempels.
  • Zorg voor een uitsparing aan de onderzijde achteraan om oneffenheden in muur/vloer op te vangen; een ondiepe hoge uitsparing vergemakkelijkt lijmen.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Natuursteen en eiken (traditioneel), later geverfd vurenhout; tegenwoordig veelal hardhout, kunststof, gelakt mdf, aluminium, composiet of beton.
  • RVS- en composietplinten komen voor als specifieke uitvoeringen.
  • In natte ruimten: plint in tegelmateriaal of in hetzelfde kunststofgietmateriaal als de vloer.
  • Plintgoot: plint met ruimte voor bedrading, meestal in kunststof of aluminium uitgevoerd.
  • Varianten: hoge plint, sierlijsten zoals architraaf en neut, overplint (overzet- of renovatieplint).

Uitvoering

  • Bevestiging normaliter met lijm, schroeven of nagels; voor plinten met bedrading bestaan speciale bevestigings- en snelverwijderingssystemen.
  • Plinten verlengen meestal door beide delen in verstek (45°) te zagen en over elkaar te leggen.
  • Bij houtachtige plinten wordt vaak gegrond en eventueel voorgelakt aangeleverd; afgeronde hoeken verminderen beschadiging.

Afmetingen / doorsneden

  • Voorbeeldafmeting van een monumentale hoge plint: 18 × 170 mm.
  • Kenmerkende doorsnede-elementen:
    • A: uitsparing om de plint met constructielijm vast te zetten en onregelmatigheden te overbruggen.
    • B: uitsparing voor de onregelmatige rand tussen muur en vloer.
    • C: afgeronde hoek ter vermindering van beschadiging.