Post
Post is een woord met meerdere betekenissen, onder meer een bouwcomponent, een begrotingspost, briefpost en een ambt of standplaats.
Betekenis
Een post is een veelbetekenend woord met vier hoofdzin in het Nederlands: een bouwelement zoals een deur- of raamkozijn; een onderdeel van een begroting of bestek dat meestal een bedrag en specificatie aanduidt; de post als correspondentie (briefpost); en een ambt of standplaats. Als bouwcomponent betreft het doorgaans een stijl van hout, baksteen, natuursteen of een gelijksoortig materiaal bij een kozijn. Als begrotingspost verwijst het naar een vastgestelde som of specificatie van een bedrag. Als woord voor correspondentie slaat post op het geheel van brieven en zendingen. Als ambt duidt post een functie of plaats van inzet aan.
Toepassing
De term post komt in verschillende contexten voor:
- Bouw: bij raam- en deurkozijnen, bijvoorbeeld deurposten.
- Begroting en bestek: als rubricering van bedragen en specificaties.
- Correspondentie: bij verzending en ontvangst van brieven (briefpost).
- Arbeids- en diplomatieke context: als aanduiding van een ambt, missie of standplaats.
Aandachtspunten
- Gebruik de context (bouw, begroting, correspondentie, ambt) om de juiste betekenis vast te stellen.
- In bouwcontext verwijst post naar materiaalkeuze (hout, baksteen, natuursteen e.d.).
- Bij begrotingen betekent post doorgaans een bedrag met bijbehorende specificatie.
- Als woord voor correspondentie gaat het om briefpost en zendingen.
- Als ambt impliceert post een toegewezen positie of standplaats.
Etymologie
- Bouwbetekenis: ontleend aan Latijn postis (deurpost, pijler), verwant aan porstis en de wortel van stare (‘staan’), wat letterlijk "voor-staander" benadert.
- Begrotingsbetekenis: waarschijnlijk via Middelhoogduits post en Italiaans posta (bedrag op een rekening), van Latijn posita summa (vastgestelde som) en ponere (plaatsen).
- Correspondentiebetekenis: ontleend aan Frans poste en Italiaans posta (halteplaats, koeriersdienst), afgeleid van porre/ponere (plaatsen).
- Ambt/standplaats: via Frans poste en Italiaans posto/puosto, uit het verleden deelwoord van porre (plaatsen).
Engelse vertalingen (zoals gebruikelijk)
- Bouwcomponent: post; deurpost: doorpost, doorjamb.
- Begrotingspost: item; éénmalige post: non-recurring item; post onvoorzien: contingency sum.
- Correspondentie: mail, post.
- Ambt/standplaats: position, mission.