Radiator
Een radiator is een verwarmingselement dat warmte aan de lucht afgeeft om een binnenruimte te verwarmen.
Betekenis
Een radiator is een verwarmingstoestel dat deel uitmaakt van de centrale verwarming (cv-installatie) en warmte aan de omringende lucht afgeeft. De warmteafgifte gebeurt vooral door convectie van de lucht rond de radiator en voor een klein deel door straling.
Toepassing
Radiatoren worden gebruikt om binnenruimtes te verwarmen als onderdeel van een cv-systeem.
- Verwarmen van vertrekken in woningen en gebouwen als onderdeel van de centrale verwarming.
- Aansluiting op een cv-ketel of laagtemperatuurverwarming (LTV).
- In combinatie met regelapparatuur zoals radiatorkranen en thermostaatknoppen voor temperatuurbesturing.
Aandachtspunten
- Zorg dat het vermogen van de radiatoren groter is dan de warmtebehoefte van het vertrek.
- Vergroot het vermogen door meer platen (panelen) of meer convectoren toe te passen.
- De bij de radiator opgegeven warmteafgifte is gebaseerd op een bepaalde watertemperatuur (bijvoorbeeld 75 °C; in beter geïsoleerde woningen soms 60 °C of lager).
- Bij lagere gemiddelde watertemperatuur moet het radiatorvermogen worden aangepast; LTV vereist doorgaans grotere radiatoren dan bij keteltemperatuur rond 75 °C.
- Een horizontale (brede) radiator geeft doorgaans meer nuttige warmte af dan een verticale (hoge) uitvoering.
- Niet alle radiatoren presteren gelijk op alle cv-systemen; designradiatoren met buizen in plaats van platen geven over het algemeen aanzienlijk minder warmte af.
- Een glimmend metalen oppervlak straalt minder warmte uit dan een mat oppervlak.
- Plaats radiatoren niet onder een afzuigpunt; bij natuurlijke ventilatie met roosters in ramen is plaatsing onder die ramen aan te raden.
- Houd rekening met speciale situaties zoals hoge plafonds, open trappen/overloop, veel ouderwets dubbelglas of een kattenluikje, omdat die de warmteverdeling en -verliezen beïnvloeden.
- Radiatoren die teveel warmte leveren kunnen worden bijgesteld; als de capaciteit ruim voldoende is, kan mogelijk de cv-watertemperatuur omlaag. Let op dat bij HR-ketels het verschil tussen aan- en afvoertemperatuur van het cv-water minimaal 20 °C moet blijven voor goed condenseren.
- Met een radiatorkraan of thermostaatknop kan de doorstroom en daarmee de warmteafgifte worden geregeld; met een radiatorsleuteltje kan lucht uit de radiator worden ontlucht.
Werking / principe
Door de platen van een radiator stroomt verwarmd cv‑water; de plaat kan voorzien zijn van nul, één of meer convectoren. Convectie verwarmt de omringende lucht doordat deze langs de warme radiator opstijgt; een kleiner deel van de warmte wordt als straling afgegeven.
Typen / uitvoeringen
De warmtekracht van een radiator wordt mede bepaald door het type, dat het aantal platen en convectoren aanduidt. Veelvoorkomende typen en hun opbouw:
- T10: 1 plaat, geen convectoren
- T11: 1 plaat, 1 convector
- T20: 2 platen, geen convectoren
- T21: 2 platen, 1 convector
- T22: 2 platen, 2 convectoren
- T33: 3 platen, 3 convectoren
De afmetingen, het aantal platen en het aantal convectoren bepalen samen de capaciteit in watt.
Radiatorbekleding
Radiatorbekleding is een ombouw, vaak van vlak gespoten metalen plaatmateriaal, die het uiterlijk van radiatoren verbergt in interieurontwerp. Bekleding kan de warmteafgifte en de luchtstroom rondom de radiator in meer of mindere mate belemmeren, afhankelijk van het materiaal, de openingen en de omvang van de ombouw. Plaats de thermostaatkraan bij voorkeur buiten de ombouw of gebruik een thermostaat met voeler op afstand om foutieve regeling te voorkomen. Geperforeerde of ingezaagde bekledingsmaterialen (hardboard, mdf, aluminium of geweven webbing) kunnen de radiator zichtbaar laten blijven; oplossingen zijn onder meer het zwart verven van de binnenzijde of het aanbrengen van een dun doek achter de perforatie.