Renovatievloer

Een renovatievloer is een nieuwe vloer die in een bestaand pand wordt aangebracht, vaak als systeemvloer ter vervanging van oude beganegrondvloeren.

Betekenis

Een renovatievloer is een nieuwe vloerlaag die in een bestaand gebouw wordt aangebracht, veelal ter vervanging van versleten houten balken en de bestaande vloer. Vaak gaat het om systeemvloeren die volledig over de bestaande constructie worden opgebouwd nadat de oude balken en vloer zijn verwijderd.

Toepassing

Renovatievloeren worden toegepast in bestaande woningen en gebouwen.

  • Vervangen van houten beganegrondvloeren en balklagen.
  • Aanbrengen van geïsoleerde vloeropbouw boven bestaande regels of muren.
  • Snelle vervanging waar korte doorlooptijd gewenst is (droge systemen).
  • Realisatie van een stabiele draagvloer die, bij geschikte uitvoeringen, vloerverwarming kan opnemen.

Aandachtspunten

  • Verwijderen van bestaande balken en vloer gebeurt doorgaans voorafgaand aan de nieuwe opbouw.
  • Droge systemen bevatten geen gestorte beton- of zandcementlaag en zijn doorgaans sneller te plaatsen.
  • Natte systemen bestaan uit een gewapend betonnen vloerlaag over liggers en polystyreen vulelementen; bewoning moet wachten tot zowel de drukvloer als de afwerkvloer gehard en droog zijn.
  • Het extra gewicht van natte systemen kan problematisch zijn bij oudere huizen.
  • Informeer bij de leverancier naar compatibiliteit met vloerverwarming; droge systemen zijn vaak niet stijf genoeg voor voerverwarming.

Materialen / uitvoeringsvormen

Er bestaan verschillende systeemvloeren voor renovatie, zowel droge als natte uitvoeringen.

  • VBI PS-renovatievloer: keuze tussen droog of nat systeem; stalen I-liggers gedragen op nieuwe stalen regels in de muren; polystyreen (EPS) vulelementen tussen en onder de liggers; isolatiewaarden Rc=3,5 met wit EPS en RC=5,0 met grijs EPS.
    • Droog systeem: bedekking met plaatmateriaal, onder andere underlayment of cementgebonden platen, minimaal 18 mm dik.
    • Nat systeem: bedekking met een druklaag voorzien van bouwstaalnetwapening en een afwerklaag.
    • Semi-droog systeem: zwaluwstaartplaat in plaats van afwerkplaat waarop beton wordt gestort; resulteert in een stabiele vloer geschikt voor vloerverwarming.
  • SL-combinatievloer: keuze droog of nat; stalen T-liggers met Magnelis-corrosiebescherming; liggers circa 5 kg/m; vloergewicht inclusief underlayment circa 21 kg/m²; polystyreen "broodjes" tussen en onder de liggers.
  • Cassettevloer 6.2: cassettes met stalen toplaag en bodem en EPS ertussen (droog systeem).
  • Compofloor: dubbel-kokervormig element met kunststof composiet toplaag en EPS ertussen (droog systeem).
  • OP-Deck: geïsoleerde staalplaatbetonvloer (nat systeem).
  • Reno Acero: staalgewapende kunststof I-liggers met PS-elementen (droog systeem).
  • Reno Concreto: staalgewapende kunststof I-liggers met PS-elementen (nat systeem).
  • Broodjesvloer (combinatievloer): vaak toepasbaar als droog of nat systeem; betonnen liggers worden bij renovatie vaak vermeden vanwege gewicht.

Afmetingen / eigenschappen

  • Onderplaat/afdekking bij droge VBI PS-renovatievloer: minimaal 18 mm dik plaatmateriaal (bijvoorbeeld underlayment of cementgebonden platen).
  • SL-combinatievloer: stalen liggers ca. 5 kg/m; totale vloerlast inclusief underlayment ca. 21 kg/m².
  • Isolatiewaarden VBI PS-renovatievloer: Rc = 3,5 (wit EPS) en RC = 5,0 (grijs EPS).

Verschil met droog en nat systeem

  • Droog systeem: geen betonstort of zandcementafwerkvloer; sneller te plaatsen; vaak minder geschikt voor vloerverwarming vanwege beperkte stijfheid.
  • Nat systeem: aanwezigheid van een gewapend betonnen druklaag over liggers en polystyreen element; vereist wachttijd voor uitharding en droging en brengt extra gewicht mee; kan wens van klant zijn ondanks langere doorlooptijd.