Schuifdeur
Een schuifdeur is een deur die horizontaal opengeschoven wordt en doorgaans als hangdeur in de bovendorpel is opgehangen.
Betekenis
Een schuifdeur is een deur die langs een geleiding horizontaal opengeschoven wordt en zo een doorgang afsluit of opent. Ze neemt doorgaans minder vloeroppervlak in dan een draaideur en kan naast de functie van deur ook gebruikt worden als kamerverdeler.
Toepassing
Schuifdeuren worden toegepast in uiteenlopende situaties:
- Als binnendeur in woningen en interieurbouw.
- Als kastdeur of inloopkastdeur.
- Als garagedeur en bij bedrijfsingangen, ook vaak automatisch.
- Als ruimtescheider om ruimtes flexibel op te delen.
Aandachtspunten
- Hangende constructie: de deur hangt vrijwel altijd in de bovendorpel.
- Onderdorpel: kan een geleiderail bevatten om geleiding te verzekeren.
- Bedieningswijze: er bestaan automatische, semi-automatische (met drukknop) en handmatige uitvoeringen.
- Variatie: uitvoeringen omvatten zichtbare schuifdeuren, in de muur schuivende deuren en vroeger veel over de grond rollende exemplaren.
Typen / uitvoeringen
- Bedieningsvormen: automatische, semi-automatische en handmatige schuifdeuren.
- Plaatsing: zichtbare schuifdeuren of deuren die in een muur schuiven en grotendeels onzichtbaar worden.
- Loopwijze: hangende schuifdeuren en rollende schuifdeuren (historisch o.m. en-suite-deuren).
- Configuraties: enkele en dubbele deuren; ronde schuifdeuren (bijv. douchedeuren); telescoopschuifdeuren (meerdere deuren die langs elkaar schuiven); hoekschuifdeuren.
- Speciale benamingen: een glazen schuifdeur in de buitengevel heet een schuifpui; Japanse schuifpanelen worden fusuma-deuren of fusuma-panelen genoemd, papieren deuren/kamerverdelers heten shoji.
Onderdelen
- Bovendorpel: draagt doorgaans de schuifdeur (hangdeurconstructie).
- Onderdorpel: kan een geleiderail bevatten voor onderste geleiding en stabiliteit.