Raam, oude ramen en roede-indeling
Historische raamtypen en hun roede-indelingen tonen de evolutie van glas, profielen en montages van de 17e tot 20e eeuw.
Betekenis
De term beschrijft traditionele raamtypen en de verdeling van ruitjes of roeden in historische gevels, met nadruk op ontwikkelingen in Amsterdam vanaf de 17e eeuw. Veranderingen in glaskwaliteit en profielmateriaal bepaalden de grootte van ruiten en de wijze van onderverdeling.
Toepassing
De beschreven raamtypen komen voor in historische stadsgevels en bij restauraties van monumenten.
- Gebruik in 17e-eeuwse huizen: kruiskozijnen vaak met luiken en glas-in-lood.
- Gebruik in 18e- en 19e-eeuwse woningen: schuiframen en tweelichtvensters met variabele roede-indelingen.
- Gebruik in 19e en 20e eeuw: Empire-vensters, T-ramen en H-vensters bij vernieuwing of stijlverandering.
Aandachtspunten
- Restauratie: breng vaak de oorspronkelijke houten roedeverdeling terug bij herstel van gevels.
- Variatie: veel gevels tonen per verdieping verschillende venstertypen; dat kan een rommige indruk geven.
- Afleiding van maat: de oorspronkelijke maat van de roedeverdeling is bij 18e-eeuwse gevels vaak af te leiden uit het gevelritme.
- Materiaalkeuze: kwaliteit van het glas en stijfheid van voegmateriaal beïnvloeden de noodzakelijke roedendikte.
Typen / uitvoeringen
- Kruiskozijn / kruisvenster (vanaf begin 17e eeuw): kozijn door een houten kruis in vier delen verdeeld; ruitjes ca. 10 x 15 cm; vaak glas-in-lood en luiken. Voorbeeld: Bloemgracht 87-91 (reconstructie).
- Bolkozijn / bolvenster (vanaf begin 17e eeuw): half kruisvenster (alleen onderste helft), variant met glas-in-lood.
- Kruiskozijn met houten roeden (±1650): grotere ruitjes mogelijk door beter glas; ruiten ca. 20 x 25 cm; lood werd vervangen door houten roeden.
- Kloostervenster: half kruisvenster (alleen rechts of links) met houten roeden.
- Tweelichtvenster (18e eeuw): twee relatief grote glasramen; beweegbare ramen met glas-in-lood bij voorbeelden uit die periode.
- Schuifraam met vaste tussendorpel (ca. 1685): schuifraam zonder kruis, bovenlicht vast, onderlicht schuifbaar.
- Schuifraam met kleine roedeverdeling (±1700): in de breedte vijf of zes ruiten in houten roeden; vijfdeling genoemd.
- Schuifraam met grotere ruiten (±1750): vier ruiten in de breedte; vierdeling genoemd. Voorbeeld: Herengracht 493.
- Schuifraam met nog grotere ruiten (±1790–±1850): driedeling (drie ruiten) of zelfs tweedeling.
- Empire-venster (±1810): naar binnen opendraaiend raam met accent op dikkere middenas. Voorbeeld: Herengracht 40.
- Schuifraam 6-ruits (±1850–±1900): schuiframen beïnvloed door Empire-stijl, zonder nadrukkelijke middenas; vaak tweedeling genoemd.
- T-raam / T-venster / T-schuifraam (±1860–±1930): vast bovendeel (bovenlicht) van één ruit, onderlicht vaak tweedeling; onderdelen soms naar buiten opendraaiend. Voorbeeld: Herengracht 572.
- Bovenlicht glas-in-lood, onderraam één ruit (±1925?): terugkeer van glas-in-lood in neostijlen.
- H-venster (±1930–±1950): bovenlicht één ruit en onderraam één ruit.
Afmetingen / doorsneden
- Vroege ruitjes (17e eeuw): ongeveer 10 x 15 cm.
- Na ca. 1650: ruiten groeiden tot ongeveer 20 x 25 cm door verbeterde glaskwaliteit.
- Vanaf de 19e eeuw nam het gebruik van grotere glasplaten toe; houten roeden verdwenen geleidelijk.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Glas-in-lood: veel toegepast in 17e-eeuwse kruiskozijnen en terugkerend in neostijlen.
- Houten roeden: gebruikt vanaf ca. 1650 als vervanging van lood voor grotere ruiten.
- Industrieel glas (vanaf ca. 1850): goedkoper en maakte bredere ruitindelingen mogelijk (bijv. tweedeling).
Voorbeelden in Amsterdam
- Bloemgracht 87-91: reconstructie van kruiskozijn met glas-in-lood.
- Singel 85: kruiskozijn waarschijnlijk oorspronkelijk met glas-in-lood.
- Geldersekade 8: schuifraam met vijfdeling.
- Herengracht 493: schuifraam met vierdeling (±1750).
- Herengracht 40: Empire-venster (±1810).
- Herengracht 572: T-raam (±1860–±1930).