Theodoliet

Een theodoliet is een meetinstrument voor het zeer nauwkeurig uitzetten van hoeken en het bepalen van posities bij bouw en landmeten.

Betekenis

Een theodoliet is een meetinstrument waarmee zeer nauwkeurig hoeken en afstanden kunnen worden uitgezet en gemeten. Moderne uitvoeringen sturen een infrarode puls uit die door een prisma wordt weerkaatst, zodat afstandsmetingen mogelijk zijn; exacte coördinaten worden bepaald ten opzichte van vaste meetpunten.

Toepassing

De theodoliet wordt toegepast bij:

  • Het uitzetten van bouwwerken.
  • Landmeetkundige werkzaamheden.
  • Bepalen van exacte coördinaten in relatie tot vaste meetpunten, bijvoorbeeld uit kadastrale referenties.
  • Integratie in totalstations voor uitgebreidere meettaken of in combinatie met 3D-opnametechnieken.

Aandachtspunten

  • Plaatsing prisma: zorg dat het prisma correct op een jalon staat en zichtbaar is vanaf het meetapparaat.
  • Tijdmeting: de afstandsberekening berust op de tijd tussen het uitzenden en terugontvangen van de infrarode puls.
  • Referentiepunten: werk met betrouwbare vaste meetpunten om coördinaten nauwkeurig te kunnen berekenen.
  • Keuze van apparaat: kies tussen traditionele theodoliet, totalstation of 3D-laser-scanner afhankelijk van de meetopdracht.

Werking / principe

Moderne theodolieten sturen een infrarode puls naar een reflector (prisma) op een meetstok; het prisma weerkaatst de puls terug naar het instrument. De afstand tussen instrument en prisma wordt bepaald uit de tijd tussen het wegsturen en het ontvangen van het signaal. Hoeken worden mechanisch/optisch en elektronisch gemeten om positie en richting vast te leggen.

Verschil met totalstation en 3D-laser-scanner

  • Totalstation: een theodoliet met veel ingebouwde elektronica en extra functies wordt een totalstation genoemd.
  • 3D-laser-scanner: voor volledige 3D-metingen of -opnamen kan in plaats van of naast een theodoliet een 3D-laser-scanner worden gebruikt.

Historiek

De term theodoliet (ook genoemd hoekkijker) werd voor het eerst gebruikt in 1824; het woord is afgeleid van het modern Latijnse theodelitus, gevormd in de 16e eeuw door Leonard of Thomas Digges. Voor de geschiedenis van de geodesie is ook de Hollandse cirkel relevant.