Trachiet

Trachiet is een granitisch stollingsgesteente met een grijsachtige korrelige massa en ingesloten glasachtige sanidienkristallen.

Betekenis

Trachiet is een stollingsgesteente met een granitische samenstelling, bestaande uit een grijsachtige korrelige massa met ingesloten, eerder gevormde glasachtige sanidienkristallen. In sommige varianten komen grote, latvormige alkaliveldspaatkristallen (sanidien) voor.

Toepassing

Trachiet werd vanaf de twaalfde eeuw in bouwkundige toepassingen gebruikt.

  • Toepassen voor kolommen en consoles.
  • Gebruiken bij restauraties van historische gebouwen; Reimerath-trachiet wordt daarvoor ingezet.
  • Overwegen als natuursteen voor zichtbare gevel- en detailbewerking.

Aandachtspunten

  • Uitspoeling van sanidienkristallen aan het oppervlak kan langwerpige openingen veroorzaken.
  • Verwering kan leiden tot het afstoten van een huid; daarna komt vaak een 'gezond' oppervlak tevoorschijn.
  • Gevoeligheid voor randspanningen kan grote schilfers rond voegen veroorzaken.
  • Boucharderen kan de steen kneuzen, wat verlies van samenhang tot circa 1 cm onder de huid tot gevolg heeft.
  • Snel afstoten van de huid kan samengaan met uitdrijving van zouten, waardoor de steen vochtig lijkt.
  • Oudere Drachenfels-trachiet kan gevoelig zijn voor kalk; sommige varianten vertonen bruinige verkleuringen door mangaan of zijn minder weervast.

Soorten

  • Drakenvelder (Drachenfels, Siebengebirge, Duitsland): gekenmerkt door fenokristen van sanidien tot circa 5 cm.
  • Monte Merlo (Colli Euganei, Veneto, Italië): licht tot donkergrijs; ook paarsige, bruinige of groenige varianten.
  • Reimerath (Reimerath, Eifel, Duitsland): grote sanidienkristallen, wel kleiner dan bij Drachenfels; wordt in restauraties gebruikt.
  • Tepla (Tepla, Tsjechië): zeer uiteenlopende kleuren (wit, crème, roestbruin, groengeel); fijne korrel; stoot na verloop van tijd de huid af maar toont daarna weer een gezond oppervlak.
  • Weidenhahn (Westerwald, Duitsland): homogeen beige-bruin met donkerbruine en roodbruine aderen; grofkorrelig breukvlak; kans op scheurvorming bij te snelle droging en soms minder weervast.

Verwering en gedrag

  • Na enkele eeuwen kan de huid afstoten, waarna een nieuw oppervlak zichtbaar wordt.
  • Algemeen treedt een grauwere kleurontwikkeling op.
  • Bij Drachenfels- en Reimerath-trachiet treden de sanidienkristallen het eerst uit, wat leidt tot langwerpige putten.
  • Scheur- en schilfervorming rond voegen duidt op gevoeligheid voor randspanningen.
  • Bepaalde bewerkingen en hoge zoutbelasting beïnvloeden het verweringspatroon en oppervlaksgedrag.

Restauratie en onderhoud

  • Nagaan of reinigen in plaats van vervangen mogelijk is.
  • Voor reinigen, beschermen en repareren: raadpleeg de richtlijnen onder natuursteen onderhoud.
  • Voor het kiezen van vervangende materialen: raadpleeg informatie over natuursteen vervangen.

(Engels: trachyte)