Trapleuning
Een trapleuning is een hulpstuk aan een trap waarop de hand rust om het belopen van de trap te vergemakkelijken.
Betekenis
Een trapleuning is een hulpstuk bij een trap waar de hand op rust om de trap gemakkelijker en veiliger te belopen. De leuning wordt langs de zijde van de looplijn (klimlijn) geplaatst en begeleidt de gebruiker bij het op- en aflopen van trappen, ook bij bochten waar de looplijn naar de buitenbocht verschuift.
Toepassing
Een trapleuning komt voor op woon- en utiliteitstrappen en in diverse uitvoeringen.
- Als onderdeel van een balustrade langs open of gesloten zijkanten van een trap.
- Als losse leuning bevestigd aan de muur met leuningdragers, soms voorzien van een smetplank.
- Als verlengde leuning (trapleuningverlenger) bovenaan de trap voor extra grip bij ouderen en kinderen.
Aandachtspunten
- Plaatsing: bevestig de leuning aan de zijde van de looplijn; bij een kwartdraai bevindt de looplijn zich iets naar de buitenbocht en moet de leuning aan die kant zitten.
- Hoogte: houd rekening met de voorgeschreven loodrechte afstand tot de trede (zie Eisen / regelgeving).
- Bevestiging: kies bevestigingsmiddelen afgestemd op het ondergrondmateriaal (beton, hout, gipsblokken, holle wand).
- Veiligheid: een doorlopende of verlengde leuning bovenaan vermindert het risico op achterover vallen bij loslaten.
Eisen / regelgeving
- Algemene richtlijn: de loodrechte afstand van de trapleuning tot de trede ligt volgens regels tussen 0,80 m en 1,00 m.
- Nieuwbouw: bij trappen die een hoogteverschil van meer dan 1 m overbruggen en een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3, is aan ten minste één zijkant een leuning vereist; de bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m.
- Bestaande bouw: bij trappen waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 en waar een hoogteverschil van meer dan 1,5 m wordt overbrugd, is aan ten minste één zijkant een leuning vereist; de bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m.
- Traphelling: de verhouding 2:3 komt overeen met een hellingshoek van circa 34°.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Uitvoeringen: geïntegreerd in een balustrade of als losse wandleuning met leuningdragers; soms met een smetplank onder de leuning.
- Materialen: gangbaar in hout, kunststof of metaal.
Uitvoering / bevestiging
- Beton en harde steenachtige materialen: meestal bevestigd met plug en schroef of met anker, vaak twee of drie bevestigingspunten.
- Hout: licht voorboren en schroeven.
- Relatief zachte of holle materialen (gipsblokken, cellenbeton, holle wand): gebruik chemisch anker in combinatie met speciale injectiepluggen of ankerstangen; let op de uithardingstijd van het chemisch anker (soms lijmanker genoemd).
Trapleuningverlenger
Een trapleuningverlenger is een verlenging van de leuning bovenaan de trap die het gemakkelijker maakt de laatste treden te nemen. Deze verlenging biedt extra houvast voor personen met mobiliteitsbeperkingen en vermindert het risico dat kleine kinderen achterover vallen wanneer zij bovenaan de trap de leuning loslaten.