Trektunnel

Een trektunnel is een prefab tunnel die sleufloos onder een weg of spoor door het grondlichaam heen wordt getrokken.

Betekenis

Een trektunnel is een relatief kleine tunnel samengesteld uit prefab tunneldelen die met voorspankabels tot één constructief geheel worden gespannen en vervolgens door het grondlichaam onder wegen of spoorbanen heen worden getrokken. De methode laat toe de tunnel zonder bouwput en met minimale hinder voor verkeer en omgeving aan te brengen.

Toepassing

Trektunnels worden gebruikt waar een onderdoorgang nodig is zonder zware verstoring van het weg- of spoorverkeer.

  • Voor fietsers- en voetgangerspassages.
  • Voor snel en gefaseerd aanbrengen van een tunnel onder bestaande infrastructuur.
  • Voor situaties waar minimale dekking tussen tunnel en wegdek gewenst is.

Aandachtspunten

  • Zorg voor voldoende ruimte aan beide zijden van het grondlichaam voor tunneldelen en trekinstallatie.
  • Voer de werkzaamheden bij voorkeur in droge omstandigheden; een hoge grondwaterstand bemoeilijkt het proces en kan opdrijven veroorzaken.
  • Houd rekening met de beperkte toepasbaarheid bij langere tunnels en bij autoverkeer, waarvoor onderheien mogelijk nodig is.
  • Leg het drukraam en het stelframe nauwkeurig op hoogte om de juiste ligging van de tunnel te waarborgen.

Voordelen

  • Geen bouwput nodig: de tunnel wordt sleufloos aangebracht en het weg- of spoorverkeer hoeft in principe niet te worden afgesloten.
  • Snelle bouwmethode dankzij prefab tunnelelementen en het ontbreken van wegafsluitingen.
  • Weinig tot geen hinder voor de omgeving; de tunnel kan gefaseerd worden getrokken (bijvoorbeeld 's nachts).
  • Lage kans op zettingen doordat de grond niet geroerd wordt en de massa van de tunnel vaak kleiner is dan de verwijderde grond; soms is de afstand tussen bovenzijde tunnel en paklaag (wegfundering, bijvoorbeeld puin) slechts 10 cm zonder schade aan het wegdek.
  • Toeritten en aansluitingen kunnen eveneens uit prefab betonelementen bestaan, waardoor het geheel snel te realiseren is.

Nadelen

  • Meestal beperkt toepasbaar bij tunnels met grotere lengte, alhoewel er voorbeelden van tientallen meters bestaan.
  • Moeilijk toepasbaar onder de grondwaterstand; bemaling is mogelijk maar maakt het proces complexer en vermindert de zekerheid over de stijfheid van het weglichaam.
  • Ruimtebehoefte aan weerszijden voor trekinstallatie en tunnelelementen.
  • Voor autoverkeer kan aanvullende funderingsmaatregelen (onderheien) nodig zijn.

Methode / uitvoering

  • Aan één zijde van het weg- of spoorlichaam wordt de tunnel opgebouwd op een stelvloer (stelframe) naast het weglichaam.
  • Prefab betonnen tunnelelementen worden met voorspankabels tot een constructief geheel gespannen; dit kan evt. ook in delen of in het werk worden gestort.
  • Voor de tunnelkop wordt een snijkop of snijraam geplaatst, bestaande uit een serie snijmessen met tussenschotten die vakken vormen; dit stabiliseert het ontgravingsfront en vermindert de wrijving.
  • De trekinstallatie bevat vijzels in een stalen frame (drukraam) dat tegen een damwand wordt geplaatst; de damwand fungeert als dodemansbed (dodebed) zodat met de vijzels krachtig aan de tunnel kan worden getrokken.
  • Vanuit de trekinstallatie worden door het grondlichaam trekstangen geboord door sparingen in de tunnelelementen om de tunnel vooruit te trekken.

Onderdelen

  • Prefab betonnen tunnelelementen met extra langssparingen voor trekstangen en latere koppelingen.
  • Voorspankabels om de tunnelelementen tot één geheel te spannen.
  • Snijkop / snijraam met snijmessen en vakken voor een stabiel ontgravingsfront.
  • Trekinstallatie met drukraam en vijzels en een damwand als dodemansbed.
  • Stelframe/stelvloer voor de bouw en uitlijning van de tunnel vóór het trekken.

Afmetingen / voortgang

  • De snelheid van het trekken bedraagt gewoonlijk ongeveer 50–100 cm per uur.
  • De dekking (afstand tussen bovenzijde tunnel en onderzijde wegdek) kan minimaal zijn; de paklaag verwijst naar de wegfundering (bijvoorbeeld puin).