Uithangbord

Een uithangbord is een bord of beeldhouwwerk dat loodrecht op de gevel hangt als herkenningsteken of reclame voor een winkel of bedrijf.

Betekenis

Een uithangbord is een bord of beeldhouwwerkje dat loodrecht op de gevel is bevestigd, vaak hangend aan een metalen staaf, houten arm of geplaatst op een console. Het draagt een afbeelding of tekst waarmee het beroep of de functie van een winkelier of bedrijf herkenbaar wordt gemaakt en fungeert aldus als reclame-uiting.

Toepassing

Uithangborden dienen als herkenning voor bedrijven en komen vooral in winkelstraten voor.

  • Winkels en kleine bedrijfjes, vooral in straten met veel middenstanders
  • Particuliere woningen (zeer zelden)
  • Lichtreclame in de vorm van lichtbakken of verlichte letters voor zichtbaarheid ’s avonds
  • Combinatie van afbeelding en tekst voor directe herkenning

Aandachtspunten

  • Bevestiging aan de gevel moet stevig zijn om wrikken en schade aan metselwerk te vermijden.
  • Geen zeer zware of te grote borden gebruiken om overbelasting en wrikken te vermijden.
  • Niet te ver uithangen om verkeersbelemmering en extra krachten op de muur te voorkomen.
  • Vermijden van flikkerende of overdadige lichtreclame die eerder irriteert dan aantrekt.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Veelgebruikte materialen: ijzer, hout, natuursteen, emaille, aluminium, glas en kunststof.
  • Beeldhouwwerken kunnen op een console geplaatst zijn.
  • Lichtreclamevarianten: lichtbakken met verlichting (vaak led vanwege levensduur en prijs), of letters/figuren in neon- of led-verlichting.

Voordelen

  • Vergemakkelijkt het identificeren van het soort winkel in een drukke straat.
  • Verhoogt de herkenbaarheid van een specifieke winkel of merk.
  • Dwarse plaatsing op de gevel steekt uit en trekt meer aandacht van voorbijgangers dan een plat tegen de gevel bevestigd bord.
  • Afbeeldingen bieden snelle herkenning, ook bij laaggeletterdheid of in een iconen-samenleving.
  • Lichtreclame trekt ook ’s avonds en ’s nachts extra aandacht.

Voorbeelden

  • Krakeling of mand met brood: bakker
  • Glas bier: café of herberg
  • Kop koffie: café of broodjeszaak
  • Bord met mes en vork: eethuisje of restaurant
  • Varken of ham: slager
  • Laars of schoen: schoenmaker
  • Glas-in-lood–motief: glazenmaker
  • Barbierspaal (witte koker met rode spiraal): kapper
  • Schaar (soms gecombineerd met scheermes): kleermaker of kapper
  • Aambeeld: smid
  • Stapeltje boeken: boekwinkel of drukkerij
  • Vis: viswinkel
  • Ossenkop: leerverkoper
  • Tabaksrollen of pijprokende man: tabaksverkoper
  • Gaper: drogist
  • Vijzel: apotheek
  • Distilleerketel: distilleerder
  • Amfoor of tinnen wijnkan: wijnhandelaar
  • Drie bollen: pandjeshuis
  • Gevulde frietzak: snackbar
  • Winkelwagentje: supermarkt