Valbeveiliging
Valbeveiliging omvat middelen en systemen die personen en materiaal beschermen tegen vallen vanaf daken, bij openingen en tegen scherpe stekeinden.
Betekenis
Valbeveiliging omvat alle middelen en maatregelen die het risico op vallen beperken of de gevolgen van een val verminderen. De term heeft meerdere betekenissen: collectieve doorvalbeveiliging bij openingen en ramen, beschermkappen voor scherpe stekeinden, en permanente bevestigingspunten of lijnen voor dakwerkers.
Toepassing
Valbeveiliging wordt toegepast waar werkzaamheden op hoogte of langs openingen plaatsvinden.
- Beveiligen van dakwerkers met vaste ankerpunten, rails of verplaatsbare ankers.
- Afdekken van stekeinden met bescherm- of signaalkappen.
- Beperken van het risico op doorval door ramen of andere openingen.
- Gebruik van vangnetten of gaasnetten onder nog niet dichtgelegde daken en bij het leggen van niet-dragende dakdelen.
- Tijdelijke individuele beveiliging bij kortdurende reparaties (korter dan drie uur) als collectieve maatregelen niet mogelijk zijn.
Aandachtspunten
- Bevestigingen zoals dakankers moeten op een vaste, voldoende sterke onderconstructie worden geplaatst; niet op lichte onderdelen zoals panlatten of enkelschalige dakelementen.
- Montagemiddelen moeten vergezeld zijn van heldere montagevoorschriften met vermelding van geschikte ondergronden.
- Sommige systemen zijn slechts aan één zijde belastbaar, doorgaans richting de dakrand.
- Een vaste lijnlengte kan problematisch zijn; een valstop (katrol met blokkering) kan de kabel constant op spanning houden en bij val blokkeren.
- Voor een plat dak is een permanent hekwerk aan de dakrand een goede begrenzer; inklapbare oplossingen zijn esthetisch aantrekkelijker maar permanent aanwezige dakrandbeveiliging verdient de voorkeur.
- Menselijk gedrag en omgevingsomstandigheden (bijvoorbeeld werken bij windkracht ≥ 7) beïnvloeden de veiligheid en keuze van maatregelen.
Uitvoering
Typische uitvoeringen en systemen zijn:
- Dakanker: een vast ankerpunt dat permanent aan het dak kan worden bevestigd door lijmen, boren of bevestiging aan een dakruiter; bedoeld om lijnen of harnassen aan vast te klikken.
- Rail: een op het dak gemonteerde rail die als variabel ankerpunt fungeert en de actieradius van de dakdekker vergroot doordat de gebruiker zich parallel aan de rail kan verplaatsen.
- Roefsysteem: een variant waarbij het ankerpunt langs een rail verplaatst kan worden; nadat het anker is geplaatst fungeert het op die positie als vast ankerpunt.
- Haak: gebruikt bij leien daken; aan de haak kan een lijn en eventueel een ladder worden bevestigd.
- Vangnetten/gaasnetten: worden onder nog niet dichtgelegde daken of bij het leggen van niet-dragende daken geplaatst; ook steigernetten vallen hieronder.
- Valstop: een mechanisme (katrol) dat de staalkabel onder spanning houdt en bij een val blokkeert om de gevolgen te beperken.
- Individuele middelen: harnasgordels en vanglijnen met schokdemper die aan een ankerpunt of gespannen draad worden bevestigd.
Eisen / regelgeving
- Het Bouwbesluit 2012 schrijft voor dat al in het ontwerp van een bouwwerk rekening moet worden gehouden met veiligheid tijdens de onderhoudsfase.
- Het A-blad Hellende Daken onderscheidt kortdurende reparaties (per dakvlak minder dan drie uur) waarbij gebiedsbegrenzing of individuele valbeveiliging acceptabel is, en herhaalde of langdurige werkzaamheden waarvoor collectieve valbeveiliging vereist is.
- In Europees verband geldt dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor het opnemen van voorzieningen in het dak.
- NEN-EN 795 is de geharmoniseerde norm voor valbescherming.