Voegtypen

Voegtypen zijn de verschillende vormen en bewerkingen van metselvoegen die het uitzicht en het vochtgedrag van gevelmetselwerk beïnvloeden.

Betekenis

Voegtypen verwijzen naar de uiteenlopende vormen en afwerkingen van de voegen tussen metselstenen of -stenen, uitgevoerd door verschillend voegenwerk of voegbewerking. De keuze van een voegtype bepaalt het uiterlijk van het metselwerk en beïnvloedt onder meer de waterafvoer en het al dan niet zichtbaar maskeren van oneffenheden.

Toepassing

Voegtypen komen voor in gevelmetselwerk en bij detailuitvoering van muren.

  • Afwerken van gevels voor esthetische karakterisering en articulatie.
  • Combineren van lintvoeg en stootvoeg voor specifieke visuele effecten.
  • Verbeteren van de afwatering of waterafweer (bijv. schaduwvoeg).
  • Voorkomen van afzonderlijk voegwerk door voegloos metselwerk om uitbloeiingen te vermijden.
  • Gebruik door architecten als kenmerkende detaillering (bijv. Dudok-voeg bij het Hilversumse Raadhuis, 1928).

Aandachtspunten

  • Houd rekening met het oppervlakresultaat: een bol geklopte voeg geeft een ruw, rulle oppervlak.
  • Controleer de waterdichtheid bij voegloos metselwerk, omdat voegloos werken wel voegwerk spaart maar de gevelwaterdichtheid kritisch maakt.
  • Wees bewust van het zichtverschil: een geknipte voeg wordt als een gesneden voeg gezien die buiten het metselwerk uitsteekt en oogt op afstand vaak hetzelfde als een gesneden voeg.
  • Kies voegbewerking die past bij de steen- en gevelkarakteristiek; sommige scherpe insnijdingen passen niet bij ruwe steen.
  • Onzorgvuldige uitvoering kan het eindbeeld bederven (er bestaan ook minder fraaie uitvoeringen zoals misplaatste bol geklopte voegen of schijnvoegen).

Typen (overzicht en kenmerken)

  • Bol geklopte voeg: gekenmerkt door een ruw, rulle oppervlak doordat de bolle voeg met een voegborstel is geklopt.
  • Platvol gladde voeg: vlak en glad afgewerkte voeg.
  • Platvol geborstelde of platvol gekamde voeg: platvol afgewerkt met borstelen of kammen voor textuur.
  • Holle voeg: in de lijst genoemd als type (zonder nadere beschrijving).
  • Hol gesneden voeg: genoemd als variant.
  • Hol gesneden voeg (als apart vermeld):zelfde aanduiding in de lijst.
  • Knipvoeg / geknipte voeg: te zien als een gesneden voeg die buiten het metselwerk steekt; op afstand vaak niet te onderscheiden van een gesneden voeg.
  • Gesneden voeg: geeft een strak karakter en maskeert oneffenheden van de steen.
  • Geslepen voeg / dagstreep / daggestreep / dagvoeg / schaatsvoeg: ontstaan door het gebruik van een voegschaats; ook aangeduid als daggesnee of dagvoeg in combinatie met een geknipte stootvoeg.
  • Daggesnee (dagvoeg) met geknipte stootvoeg: combinatievorm waarbij de lintvoeg en de stootvoeg verschillend worden uitgevoerd.
  • Schaduwvoeg (ook Dudok-voeg genoemd): een schuin ingesneden lintvoeg die theoretisch beter tegen inwateren is; wordt meestal gecombineerd met een platvolle gladde stootvoeg zodat bovenaan de lintvoeg gelijkloopt en onderaan schaduw ontstaat.
  • (Iets) teruggehouden voeg: vermeld als type zonder nadere specificatie.
  • Verdiepte voeg: diepe inkeping; er bestaan ook fors verdiepte voegen.
  • Voegloos: metselwerk zonder zichtbare voegen dat voegwerk spaart en uitbloeiingen vermijdt (vereist aandacht voor gevelwaterdichtheid).
  • Schijnvoeg: imitatieve voegdetailering, bijvoorbeeld bij blokbepleistering.
  • Gesneden / geknipte verschillen: op afstand vaak moeilijk te onderscheiden; de geknipte variant steekt meestal iets uit.

Manieren van voegbewerking

  • Aandrukken van voegmortel bij overvol gevulde voeg (later vaak geknipt).
  • Snijden van de voeg (gesneden voeg).
  • Borstelen of kloppen van de voeg (bijvoorbeeld bol geklopte voeg of borstelvoeg).
  • Gebruik van voegschaats voor geslepen voeg of dagstreep/dagvoeg.