Voorhuis

Het voorhuis was vóór de 18e eeuw het deel van een huis aan de straatzijde, vaak met een bedrijf en kelder.

Betekenis

Het voorhuis is historisch het voorste deel van een woonhuis, gelegen aan de straatzijde. Het bevatte vaak een winkel of bedrijf en had soms een kelder; meestal stond het hoger dan het achterhuis en was het van dat achterhuis gescheiden door een brandmuur.

Toepassing

Het voorhuis kwam vooral voor in oudere stedelijke panden.

  • Herbergen, winkeltjes en ambachtelijke bedrijfsruimten aan de straatzijde in stedelijke gevels.
  • Woonruimte aan de voorzijde, vaak met een voorkamer.
  • Nieuw gebouwde huisjes vóór oudere boerderijen of schuren (nieuw huis voor een schuur).
  • Situaties waar smalle percelen en diepe woningen handel aan de straatzijde en hoge ruimtedichtheid mogelijk maakten.

Aandachtspunten

  • Smalle stedelijke panden ontstonden omdat belasting vaak naar eigendomsbreedte werd geheven.
  • Diepe panden konden te weinig daglicht hebben; soms werden lichtschachten of lichtkokers aangebracht.
  • Voor meer licht werden panden met een binnenhof tussen voor- en achterhuis gebouwd.
  • Bereikbaarheid tussen voor- en achterhuis verliep soms via een gang.
  • Voor- en achterhuis werden vaak van elkaar gescheiden door een brandmuur.

Verschil met achterhuis

  • Het voorhuis ligt aan de straatzijde en bevat vaak commerciële functies en een kelder; het achterhuis ligt verder van de straat en is doorgaans het achterste deel van het perceel.
  • Architectonisch kon het voorhuis hoger zijn dan het achterhuis.

Lichtvoorziening en indeling bij diepe panden

  • Diepe, smalle panden in oudere steden hadden regelmatig onvoldoende natuurlijke verlichting in middenkamers.
  • Oplossingen waren lichtschachten of lichtkokers en het invoegen van een binnenhof tussen voor- en achterhuis om in beide delen meer licht toe te laten.