Voorloef

Een voorloef is de onderste balk met inkepingen waarin een bovenste balk met een loef wordt opgenomen.

Betekenis

Een voorloef is bij twee elkaar kruisende stukken hout de dragende (onderste) balk die aan weerszijden twee inkepingen heeft, zodat de bovenste balk er met een loef in past. De voorloef geeft veel weerstand tegen trekkende en zijdelings werkende krachten. De term verwijst naar het feit dat de loef niet over de gehele breedte van de balk loopt.

Toepassing

Voornamelijk toegepast in houtconstructies waar balken elkaar kruisen.

  • Kruisingen van balken waarbij één balk de dragende functie draagt
  • Verbindingen die trek- en zijdelingse belasting moeten weerstaan
  • Toepassing bij kinderbinten (kinderbalken) over moerbalken, in geloefde uitvoering

Aandachtspunten

  • Inkepingen: zorg dat de inkepingen nauw aansluiten op de bovenliggende balk voor een goede krachtsverdeling.
  • Draagfunctie: de voorloef is de dragende balk en moet voldoende sterkte hebben voor trekkende en zijdelingse belastingen.
  • Voorkom beschadiging van de balkdoorsnede bij het maken van de loef, zodat sterkteverlies beperkt blijft.
  • Onderscheid: bij geloefde verbindingen wordt soms materiaal van beide balken weggezaagd; bij de voorloef blijft de specifieke vormgeving van de loef bepalend.

Uitvoering

Bij geloefde verbindingen van kinderbinten over moerbalken wordt bij beide balken over de volledige breedte een deel weggezaagd, waardoor de bovenliggende balk in de onderste balk past en de verbinding wordt gevormd.

Vergelijking

  • Loef: de loef is de inkeping waarin de bovenste balk valt; de term voorloef benadrukt dat die loef niet over de gehele breedte van de balk loopt.
  • Liplas en vingerlas: de voorloef wordt in het bouwtechnische vocabularium soms vergeleken met andere koppelingen zoals liplas en vingerlas.