Windtoren, windvanger
Een windtoren is een brede schoorsteen die wind opvangt om natuurlijke ventilatie en verkoeling van een gebouw te bewerkstelligen.
Betekenis
Een windtoren of windvanger is een brede, boven het gebouw uitstekende schoorsteen die wind vangt en gebruikt voor natuurlijke ventilatie en daarmee voor passieve verkoeling. De verkoelende lucht kan soms zelfs binnenhoven van gebouwen bereiken. Windtorens zijn historisch en veelvuldig toegepast in het Midden-Oosten, waar ze bekendstaan onder namen als burj al hawwa; in koude of stoffige omstandigheden kunnen ze onderaan met houten luiken (bawabat al hawwa) afgesloten worden.
Toepassing
Windtorens worden toegepast om zonder mechanische middelen ventilatie en koeling te realiseren.
- Passieve koeling van gebouwen in warme klimaten.
- Nachtventilatie om warmte af te voeren tijdens koelere uren.
- Ventilatie en koeling van binnenhoven en binnenruimten.
- Combinatie met ondergrondse kanalen (qanat) om aangezogen lucht extra te koelen.
- Commerciële windvangers worden ook in het Westen aangeboden.
Aandachtspunten
- Oriënteer de toren met aandacht voor loef- en lijzijde; loefzijde creëert overdruk en lijzijde onderdruk.
- Een hogere toren levert doorgaans koelere aangezogen lucht.
- Bij aanwezigheid van een ondergronds kanaal wordt de aangezogen lucht extra afgekoeld en wordt zand en stof deels afgevangen.
- Ontbreekt het ondergrondse kanaal, dan voorkomt fijnmazig gaaswerk dat zand, stof en dieren binnendringen; gaas mag de luchtstroom echter niet te veel belemmeren.
- Sluitbare luiken (bawabat al hawwa) maken tijdelijke afsluiting bij winter of zandstormen mogelijk.
Werking / principe
- Wind blaast door de toren en wordt naar binnen geleid.
- Aan de windzijde (loefzijde) ontstaat overdruk die lucht naar binnen duwt wanneer gewenst.
- Aan de lijzijde ontstaat onderdruk die warme binnenlucht naar buiten zuigt.
- Bij aansluiting op een ondergronds kanaal (qanat) wordt de aangezogen lucht aanzienlijk afgekoeld en worden stofdeeltjes afgevangen.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Houten luiken voor afsluiting bij winter of zandstormen (bawabat al hawwa).
- Fijnmazig gaas ter afscherming tegen fijn zand, stof en dieren, mits de luchtstroom niet onnodig wordt beperkt.
- Ondergrondse kanalen (qanat) als uitvoering voor extra koeling en filtering.
- Moderne, commercieel geproduceerde windvangers die gebaseerd zijn op hetzelfde principe.