Zonwering

Dak

Zonwering is elke manier om een gebouw of ruimte te beschermen tegen zoninstraling en daarmee tegen overmatige opwarming.

Betekenis

Zonwering omvat alle middelen en constructies die zonlicht en zonnewarmte (instraling) tegenhouden of reguleren. De functie is zowel het verminderen van warmtewinst in de zomer als, wanneer gewenst, het toelaten van zonlicht in de winter.

Toepassing

Zonwering wordt toegepast om binnencomfort en energiegebruik te beïnvloeden.

  • Buitenzonwering: aan de buitenzijde van het gebouw, houdt warmte buiten.
  • Binnenzonwering: binnenin het gebouw, voorkomt geluid van klapperende schermen bij wind.
  • Zonwering in het glas: tussen glasplaten of zonwerend glas geïntegreerd.
  • Automatische of regelbare systemen: passen instraling aan op basis van binnen- en buitensituatie.
  • Overstekken en vaste schermen: combineren bescherming in de zomer met zoninval in de winter.

Aandachtspunten

  • Plan zonwering al in bij het ontwerp van het gebouw, vooral bij sterk beglaasde gevels.
  • Geef de voorkeur aan buitenzonwering om warmte buiten te houden bij hete zomers.
  • Voorzie variabele of regelbare zonwering zodat in de winter zonlicht kan binnendringen.
  • Beperk de uitsteek van vaste overstekken zodat in de winter voldoende zonlicht binnentreedt.
  • Houd rekening met windbelasting; sommige buitenmontages mogen niet bij harde storm gebruikt worden.
  • Gebruik binnenzonwering wanneer men geluid van buitenpanelen wil vermijden of bij stormrisico.

Typen / uitvoeringen

De uitvoering kan sterk variëren; hieronder enkele veelvoorkomende voorbeelden uit de drie basisposities.

Buitenzijde

  • knikarmscherm
  • uitvalscherm
  • markies en markisolette (valarmscherm)
  • screen en serrescherm
  • doek over draden
  • leibomen (leilindes e.d.)
  • pergola
  • luik en schuifluik
  • horizontaal luik/plank (vergelijkbaar met persienne)
  • rolluik (inclusief speciale uitvoeringen zoals Velux-rolluiken)
  • jaloezieën en horizontale lamellen
  • baldakijn en parasol
  • doorlopend dak / overkraging en veranda
  • pv-panelen ingezet als zonwering of carport
  • scherm vóór het gebouw en louvredak
  • zonwerende folie of zonwerende lak (buitenzijde)
  • verticale lamellen en gelaserd cortenstaal

Binnenzijde

  • verticale lamellen
  • jaloezieën
  • luiken
  • paneelgordijn
  • rolgordijn en vouwgordijn
  • silhouette en facette shade / duo-rolgordijn
  • plantenscherm
  • plissé (incl. top-down en bottom-up opties)

Tussen glas / in het glas

  • zonwerend glas (g-waarde relevant)
  • jaloezie tussen beide glasplaten
  • glas-in-lood en gekleurd glas (toegepast in- of tussen het glas)

Energie en comfort

  • Gebouwen met veel glas kunnen in de zomer meer energie voor koeling verbruiken dan voor verwarming in de winter; buitenzonwering kan dat effect sterk reduceren.
  • Variabele of automatische zonwering regelt de zoninstraling op basis van binnentemperatuur en beschikbare verlichting en kan zowel oververhitting als onnodig warmteverlies tegengaan.
  • Overstekken en vaste zonwering zijn effectief doordat ze bij hoge zonstand (zomer) meer blokkeren en bij lage zonstand (winter) zonlicht toelaten.

Effectiviteit / maatstaven

  • De reductiefactor (Fc-waarde) geeft aan hoe efficiënt een type zonwering zoninstraling en warmte tegenhoudt.
  • De Ultraviolet Protection Factor (UPF) geeft de mate waarin textiel UV-straling tegenhoudt, toegepast op zonneschermen en zonwerende stoffen.