Zachte schil
De zachte schil is de aangetaste buitenste laag van houten palen die niet meer bijdraagt aan de sterkte van de paal.
Betekenis
De zachte schil is de aangetaste, buitenste schil van bijvoorbeeld een houten heipaal die door aantasting niet langer structureel meedraagt. De aantasting ontstaat meestal door bacteriën of schimmels, vaak als gevolg van het droogvallen van de paalkop waardoor het hout kan gaan rotten.
Toepassing
Het begrip wordt gebruikt bij onderzoek en beoordeling van houten funderingspalen.
- Vaststellen van de dikte van de aangetaste buitenlaag voor draagkrachtbeoordeling.
- Uitvoeren van hardheidsmetingen met een gekalibreerde inslaghamer op zichtbare houten funderingselementen.
- Nemen van boormonsters met een holle boor om dieper gelegen aantasting te beoordelen.
- Interpreteren van meetresultaten aan de hand van kalibratiegrafieken voor resterende geotechnische draagkracht.
Aandachtspunten
- De zachte schil draagt niet bij aan de draagkracht; dieper indringende meetpennen duiden op ernstigere aantasting.
- Vermeld altijd het kalibratiecertificaat van de gebruikte inslaghamer in het onderzoeksverslag.
- Vermijd meten op onregelmatigheden zoals kwasten (knopen) die de uitkomst vertekenen.
- Gebruik kalibratiegrafieken: blauw = geen aantasting, groen = aangetast maar waarschijnlijk voldoende draagkracht, wit = houtonderzoek aan monsters noodzakelijk, rood = draagkracht onvoldoende.
Uitvoering / meting
- Gebruik een inslaghamer (schiethamer, slaghamer) met meetpen, specifiek ontworpen voor funderingsonderzoek; de afl eesschaal is in millimeters en heeft een leesnauwkeurigheid van circa 2 mm.
- Bij heipalen bij voorkeur meten op ongeveer 15 cm onder kesp, langshout (platen, schuifhout) of betonbalk en in een ring om de paal (bijvoorbeeld drie metingen rondom op gelijke afstanden). Eventueel een tweede meetreeks 15 cm lager; bij afwijkende waarden kan nog dieper een aanvullende meetsessie worden uitgevoerd.
- Kespen en langshout: per onderdeel minimaal driemaal meten op minimaal 10 cm onderlinge afstand of verspreid over het zichtbare hout; niet meten binnen 20 cm vanaf de kopse kant.
- Booronderzoek: met een holle boor wordt een houtstaafje uit de paalkop (richting kern/as) gehaald om te bepalen tot hoe ver het hout is aangetast (verrot, verpulverd e.d.).
Interpretatie
- De indringdiepte van de meetpen geeft een beeld van de dikte van de zachte schil op die plaats en wordt gekoppeld aan de resterende paaldikte en draagkracht via kalibratiegrafieken.
- Grote indringdiepten kunnen wijzen op een zeer dun restant dragend hout (kleine resterende d), wat invloed heeft op de geotechnische draagkracht en verdere toelichting of monstering kan vereisen.
Documentatie
- Richtlijnen Onderzoek funderingen onder gebouwen (nov 2022, Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek KCAF en andere partijen)
- Richtlijn Houten paalfunderingen onder gebouwen (okt 2016, SBR Curnet)
- De resterende (geotechnische) draagkracht van bestaande houten funderingspalen (scriptie/master C.J. Lantinga)